De citroengeurende lampenpoetser verdraagt slechts beperkte kou en moet in streken met vorst meestal beschut overwinteren. Een lichte, koele en vorstvrije ruimte is beter dan een warme woonkamer, omdat de plant daar rustiger blijft en minder gevoelig wordt voor spint. Tijdens de winter heeft hij aanzienlijk minder water en geen regelmatige bemesting nodig. Een geleidelijke overgang in het najaar en voorjaar voorkomt bladverlies, zonnebrand en groeistagnatie.
Voorbereiden op de winterrust
Begin in de nazomer met het verminderen van stikstofrijke voeding. Hierdoor kunnen jonge scheuten beter verhouten voordat de temperatuur daalt. Stop niet plotseling met alle verzorging zolang de plant nog actief groeit. Verminder voeding en water stap voor stap in overeenstemming met het weer.
Controleer de hele plant op plagen voordat hij naar binnen gaat. Kijk nauwkeurig naar de bladonderzijden, takaanzetten en potrand. Behandel een aantasting buiten zolang de weersomstandigheden dat toelaten. Zo voorkom je dat insecten zich in de winterruimte snel over andere planten verspreiden.
Verwijder dode bladeren, verdroogde bloemen en los plantenmateriaal van het substraat. Organisch afval kan in een koele, vochtige ruimte schimmels en plaaginsecten herbergen. Snoei alleen duidelijk beschadigde of hinderlijke takken weg. Een zware vormsnoei wordt beter tot na de bloei of het voorjaar uitgesteld.
Breng de plant naar binnen voordat aanhoudende nachtvorst wordt verwacht. Een zeer lichte kortstondige kou kan worden verdragen, maar de gevoeligheid verschilt per plant en standplaats. Kuipwortels koelen bovendien sneller af dan wortels in de volle grond. Wacht daarom niet tot de potkluit volledig is afgekoeld of bevroren.
Meer artikelen over dit onderwerp
Een geschikte winterplaats kiezen
De ideale winterruimte is helder, koel en vorstvrij. Een onverwarmde serre, lichte garage, koele kas of trappenhal kan geschikt zijn. Temperaturen van ongeveer vijf tot twaalf graden beperken ongewenste wintergroei. Hoe warmer de ruimte is, hoe meer licht de plant nodig heeft.
Een donkere kelder is ongeschikt voor een groenblijvende lampenpoetser. De bladeren blijven in de winter fotosynthetiseren en hebben daarom licht nodig. Bij langdurig lichtgebrek vergeelt het blad en verliest de plant veel van zijn reserves. Kunstlicht kan helpen wanneer natuurlijk daglicht onvoldoende is.
Zet de plant niet direct naast een radiator of warme luchtstroom. Droge, hete lucht verhoogt de verdamping en bevordert spint. Ook sterke temperatuurwisselingen tussen dag en nacht kunnen stress veroorzaken. Kies een stabiele plek waar de kroon niet tegen koud glas of een tochtige deur staat.
Zorg voor regelmatige maar zachte ventilatie. Frisse lucht vermindert condens en schimmelvorming rond het blad. Open ramen alleen op milde dagen en voorkom ijskoude tocht over de plant. Een kleine ventilator kan op lage stand lucht laten circuleren zonder de plant voortdurend uit te drogen.
Meer artikelen over dit onderwerp
Water en controle tijdens de winter
Geef pas water wanneer de bovenste laag van het substraat duidelijk is opgedroogd. Gebruik een beperkte maar voldoende hoeveelheid om de wortelkluit gelijkmatig licht vochtig te maken. Laat geen water in de onderschaal staan. Een koele, natte kluit is een belangrijke oorzaak van wortelrot.
Controleer ook grotere potten diep genoeg, omdat alleen de bovengrond droog kan lijken. Een houten stokje of vochtmeter kan extra informatie geven. Houd rekening met het materiaal van de pot, want terracotta droogt sneller uit dan kunststof. Pas de watergift aan de werkelijke omstandigheden aan.
Bemest de plant tijdens een koele winterrust niet. De wortels nemen bij lage temperaturen weinig voeding op, waardoor zouten zich in het substraat kunnen ophopen. Alleen bij een warme, zeer lichte overwintering met duidelijke groei kan een sterk verdunde voeding soms nodig zijn. In de meeste gevallen is wachten tot het voorjaar veiliger.
Inspecteer de plant minstens eenmaal per week op spint, schildluis en wolluis. Let op kleverige bladeren, fijne spinsels en witte wasachtige plekjes. Reageer onmiddellijk op de eerste symptomen. Plagen kunnen zich binnenshuis snel vermenigvuldigen doordat natuurlijke vijanden ontbreken.
Terug naar buiten in het voorjaar
Verhoog de watergift zodra de plant nieuwe knoppen en scheuten vormt. Begin daarna met een lage dosis voeding wanneer de wortels duidelijk actief zijn. Controleer of de pot nog voldoende ruimte biedt. Verpot bij voorkeur voordat de sterke voorjaarsgroei volledig op gang komt.
Zet de plant niet meteen vanuit de winterruimte in felle middagzon. Het blad is na maanden met zwakker licht gevoeliger voor verbranding. Begin met enkele uren zachte ochtendzon en verleng de blootstelling geleidelijk. Na ongeveer één tot twee weken kan de plant meestal weer volledig zonnig staan.
Bescherm de plant tegen late nachtvorst. Zet een kuip tijdelijk terug naar binnen of gebruik isolerend vlies wanneer koude nachten worden voorspeld. Laat beschermmateriaal overdag niet gesloten wanneer de zon schijnt. Onder de afdekking kan de temperatuur snel te hoog oplopen.
Beoordeel na de winter welke takken nog leven. Kras met een schone nagel voorzichtig over een klein stukje bast; groen weefsel wijst op leven. Knip afgestorven delen terug tot gezond hout. Wacht bij twijfel enkele weken, omdat sommige scheuten later uitlopen dan andere.