Japans bloedgras groeit het betrouwbaarst wanneer het zorgvuldig wordt geplant in losse, goed doorlatende grond. De juiste plantdiepte, voldoende zon en een gelijkmatig vochtige start zijn belangrijker dan een grote hoeveelheid mest. Vermeerderen gebeurt meestal door een volwassen pol te delen, omdat deze methode snel sterke en rasechte planten oplevert. Met een goede voorbereiding kunnen zowel nieuwe aanplant als gedeelde pollen zonder lange herstelperiode aanslaan.

Een geschikte planttijd ligt in het voorjaar, zodra de bodem is opgewarmd en niet meer langdurig doorweekt is. De plant krijgt dan een volledig groeiseizoen om nieuwe wortels te vormen voordat de winter begint. Ook aanplant in de vroege herfst is mogelijk op een beschutte en goed drainerende plek. In koude of natte gebieden blijft voorjaarsaanplant echter de veiligste keuze.

Kies bij aankoop een plant met stevige scheuten en een goed doorwortelde, maar niet volledig verdichte kluit. Vermijd exemplaren met een zure geur, zachte wortels of slijmerige delen aan de basis. Een gezonde kluit bevat lichte, stevige wortels en valt niet volledig uit elkaar bij het verwijderen van de pot. Enkele droge bladpunten zijn meestal geen ernstig probleem.

Geef de plant vlak voor het planten ruim water. Een goed vochtige kluit neemt na het planten gemakkelijker contact op met de omringende grond. Volledig uitgedroogde potgrond kan water afstoten en vertraagt de wortelvorming. Laat de kluit wel uitlekken voordat deze in het plantgat wordt geplaatst.

De plantplaats zorgvuldig voorbereiden

Verwijder eerst wortelonkruiden uit het toekomstige plantvak. Vooral kweekgras en hardnekkige vaste onkruiden zijn later lastig tussen de fijne wortels van het siergras te verwijderen. Maak de bodem over een ruim oppervlak los in plaats van alleen een smal plantgat te graven. Daardoor kunnen nieuwe wortels zich zonder scherpe overgang in de omringende grond uitbreiden.

Meng rijpe compost door arme zandgrond om het vochtvasthoudend vermogen te verbeteren. Gebruik geen verse mest, omdat deze te rijk is en jonge wortels kan beschadigen. Bij zware kleigrond zijn compost, fijn grind en grof zand nuttig om meer lucht in de bodem te brengen. De toevoegingen moeten gelijkmatig worden verdeeld om een echte structuurverbetering te bereiken.

Graaf een plantgat dat ongeveer anderhalf tot twee keer zo breed is als de kluit. De diepte moet overeenkomen met de hoogte van de wortelkluit. Japans bloedgras mag niet dieper worden geplant dan het in de kweekpot stond. Een te diepe plaatsing verhoogt het risico op rotting rond het hart van de plant.

Zet de plant recht in het gat en vul de ruimte rondom met de verbeterde tuingrond. Druk de aarde voorzichtig aan met je handen, zonder de bodem hard te verdichten. Geef daarna langzaam en ruim water, zodat losse gronddeeltjes rond de wortels zakken. Vul eventueel wat extra aarde aan wanneer de bodem na het water geven inzakt.

Plantafstand en combinatie met andere soorten

Voor afzonderlijke pollen is een plantafstand van ongeveer dertig tot veertig centimeter meestal voldoende. De exacte afstand hangt af van het gewenste effect en de groeikracht op de standplaats. Bij een dichte groepsbeplanting kan iets nauwer worden geplant, maar de planten hebben dan eerder onderhoud nodig. Een ruimere afstand maakt iedere pol afzonderlijk zichtbaar.

Japans bloedgras komt sterk naar voren wanneer meerdere planten in een herhalend patroon worden gebruikt. Een oneven aantal pollen geeft in een informele border vaak een natuurlijk resultaat. In een strakke tuin kunnen gelijke afstanden juist voor rust en ritme zorgen. Houd altijd rekening met de uiteindelijke breedte en niet alleen met het formaat bij aankoop.

Combineer het gras met vaste planten die niet te breed over de basis heen groeien. Lage asters, zonnehoed, vetkruid en compacte saliesoorten kunnen een aantrekkelijk contrast vormen. Kies soorten die eveneens van zon en een goed doorlatende bodem houden. Zo voorkom je dat verschillende planten tegengestelde eisen stellen aan water en verzorging.

Vermijd een plek direct naast zeer sterke wortelconcurrenten. Grote struiken en bomen nemen veel vocht op en kunnen het jonge siergras in droge perioden verzwakken. Ook snel uitbreidende bodembedekkers kunnen tussen de pol groeien en de jonge scheuten verdringen. Geef het gras daarom een duidelijk afgebakende wortelzone.

Vermeerderen door delen

Delen is de meest betrouwbare methode om Japans bloedgras te vermeerderen. Voer dit werk bij voorkeur in het voorjaar uit, vlak voordat of zodra de eerste nieuwe scheuten verschijnen. De bodem is dan meestal vochtig en de plant kan snel nieuwe wortels vormen. Delen in de herfst geeft een groter risico op uitval tijdens een natte of koude winter.

Graaf de volledige pol ruim uit om zoveel mogelijk gezonde wortels te behouden. Steek de schop rondom recht in de grond en werk de kluit voorzichtig los. Een oudere pol kan stevig en dicht zijn, waardoor een scherpe spade of snoeizaag nodig is. Reinig het gereedschap vooraf om overdracht van ziekteverwekkers te beperken.

Verdeel de pol in stukken met meerdere gezonde groeipunten en voldoende wortels. Zeer kleine delen drogen sneller uit en hebben meer tijd nodig om een volle plant te vormen. Verwijder het oude, kale middendeel wanneer daar weinig levende scheuten aanwezig zijn. De jonge buitenste stukken zijn doorgaans het krachtigst en slaan het snelst aan.

Plant de gedeelde stukken onmiddellijk opnieuw, zodat de fijne wortels niet uitdrogen. Gebruik dezelfde plantdiepte als bij de oorspronkelijke pol en geef na het planten royaal water. Houd de bodem tijdens de eerste weken gelijkmatig vochtig, maar niet drassig. Bescherm pas gedeelde planten tijdelijk tegen extreme hitte wanneer het voorjaar onverwacht warm verloopt.

Nazorg na planten en vermeerderen

De eerste weken na het planten bepalen in belangrijke mate hoe snel het gras zich vestigt. Controleer de bodem regelmatig en geef water zodra de bovenste centimeters beginnen op te drogen. Laat de wortelzone niet voortdurend nat blijven, want ook jonge planten hebben zuurstof nodig. Een diepe gietbeurt met langere tussenpozen is beter dan dagelijks oppervlakkig sproeien.

Breng eventueel een dunne mulchlaag rond de plant aan. Compost, fijne schors of bladaarde helpt om schommelingen in bodemvocht te beperken. Laat rond het hart van de pol een kleine open ruimte vrij. Zo blijft de basis droog genoeg en kan lucht gemakkelijk tussen de jonge scheuten circuleren.

Bemest pas geplante of gedeelde pollen niet zwaar. De plant moet eerst nieuwe wortels vormen voordat een sterke bovengrondse groei wenselijk is. Een kleine hoeveelheid compost in de bodem is meestal voldoende voor het eerste seizoen. Extra stikstof kan leiden tot zacht blad dat gevoelig is voor uitdroging en wind.

Verwijder tijdens de vestigingsperiode concurrerend onkruid met de hand. Controleer tegelijk of de plant niet omhoog is gedrukt door vorst of sterke regen. Druk een losgekomen kluit voorzichtig terug in de grond en geef daarna water. Zodra de plant nieuwe bladeren vormt, is dat een duidelijk teken dat de wortelgroei op gang is gekomen.

Delen: