Een aurikel ontwikkelt zich het beste wanneer zij zorgvuldig en op de juiste diepte wordt geplant. De wortels hebben luchtige grond nodig, terwijl het hart van de rozet vrij van natte aarde moet blijven. Voor vermeerdering zijn delen, rozetstekken en zaaien bruikbare methoden, maar iedere techniek vraagt een andere aanpak. Door het juiste moment te kiezen, kan de jonge plant vóór moeilijke weersomstandigheden voldoende nieuwe wortels vormen.
Een geschikte plantplaats voorbereiden
Kies een plek met ochtendzon en bescherming tegen de heetste middagzon. De bodem moet na regen snel opdrogen zonder onmiddellijk volledig uit te drogen. Een verhoogd plantvak of licht hellende rotstuin is vaak bijzonder geschikt. Vermijd laaggelegen plekken waar water zich na een bui verzamelt.
Maak de grond ruim los voordat je gaat planten. Verdichte lagen onder het plantgat kunnen water vasthouden, zelfs wanneer de bovenste grond luchtig lijkt. Werk grof zand, split of lavagruis door zware grond. Gebruik rijpe compost met mate, omdat een te humusrijk mengsel te lang vochtig kan blijven.
Controleer de zuurgraad wanneer de tuin bekendstaat om zure grond. Aurikels groeien doorgaans beter in een neutraal tot licht kalkrijk wortelmilieu. Kalkrijk grit of gemalen kalksteen kan voorzichtig door het plantvak worden gemengd. Voeg nooit grote hoeveelheden kalk toe zonder eerst de bestaande bodemgesteldheid te beoordelen.
Houd voldoende afstand tot krachtige vaste planten. Grote buren kunnen de aurikel overschaduwen en met hun wortels veel water en voeding opnemen. Een afstand van ongeveer twintig tot dertig centimeter geeft de rozet meestal voldoende ruimte. In een rotstuin kan de plant tussen stenen worden geplaatst, zolang de wortelzone niet wordt ingesloten.
Meer artikelen over dit onderwerp
Aurikels correct planten
Het voorjaar en de vroege herfst zijn geschikte plantperioden. Bij gematigd weer kunnen de wortels zich ontwikkelen zonder zware belasting door hitte of vorst. Plant niet in doorweekte grond en vermijd zeer warme dagen. Potplanten kunnen in principe langer worden geplant, maar vragen dan intensievere nazorg.
Haal de plant voorzichtig uit de kweekpot en bekijk de wortels. Draaiende of dicht opeengepakte wortels kunnen voorzichtig worden losgemaakt. Bruine, zachte of rotte worteldelen moeten met schoon gereedschap worden verwijderd. Gezonde wortels voelen stevig aan en zijn meestal licht tot middelbruin van kleur.
Zet de plant zo dat de basis van de rozet net boven het bodemoppervlak blijft. Te diep planten verhoogt het risico op kroonrot. Spreid de wortels in het plantgat en vul de ruimte met het voorbereide grondmengsel. Druk de aarde slechts licht aan, zodat voldoende luchtporiën behouden blijven.
Geef na het planten rustig water rond de wortelzone. Het doel is dat de grond goed aansluit zonder volledig te worden verzadigd. Controleer na enkele dagen of de plant niet dieper is weggezakt. Een dunne laag fijn grind rond de rozet houdt het blad schoon en de wortelhals droog.
Meer artikelen over dit onderwerp
Vermeerderen door delen en rozetten
Oudere aurikels vormen vaak zijrozetten rond de oorspronkelijke plant. Deze rozetten kunnen worden losgemaakt zodra ze voldoende eigen blad en beginnende wortels hebben. Het delen gebeurt bij voorkeur na de bloei of in de vroege herfst. Kies een koele, bewolkte dag om uitdroging te beperken.
Graaf de hele pol voorzichtig uit wanneer meerdere rozetten dicht op elkaar staan. Schud losse aarde weg en bestudeer hoe de rozetten met elkaar verbonden zijn. Trek ze niet hard uit elkaar, omdat de korte wortelstokken gemakkelijk beschadigen. Gebruik zo nodig een schoon, scherp mes om stevige verbindingen door te snijden.
Iedere deelplant moet een gezond groeipunt en voldoende wortels behouden. Verwijder beschadigde buitenbladeren en kort zeer lange wortels alleen beperkt in. Laat grote snijvlakken eventueel enkele uren drogen op een schaduwrijke, luchtige plaats. Dit verkleint de kans dat ziekteverwekkers via nat weefsel binnendringen.
Plant de jonge rozetten in kleine potten of rechtstreeks op hun definitieve plek. Houd het substraat licht vochtig totdat nieuwe wortelgroei zichtbaar wordt. Bescherm vers gedeelde planten tegen felle zon en hevige regen. Zodra de rozet weer stevig staat, kan de normale verzorging geleidelijk worden hervat.
Zaaien en jonge planten opkweken
Zaaien is vooral interessant voor het verkrijgen van nieuwe kleurvormen en genetische variatie. Zaailingen zijn niet altijd identiek aan de moederplant. Bij zorgvuldig geselecteerde cultivars kan dit als nadeel worden beschouwd, maar voor liefhebbers is het juist spannend. De eerste bloei verschijnt meestal pas na meerdere groeiseizoenen.
Gebruik verse zaden wanneer dat mogelijk is. Vul een lage zaaibak met een fijn, luchtig en goed doorlatend mengsel. Verdeel de zaden over het oppervlak en bedek ze slechts met een zeer dun laagje fijn grit. Geef water met een fijne broes of van onderaf, zodat de zaden niet wegspoelen.
Veel aurikelzaden profiteren van een koele periode. De zaaibak kan daarom in de herfst buiten worden geplaatst op een beschutte plek. Natuurlijke wintertemperaturen helpen de kiemrust doorbreken. Bescherm de bak tegen muizen, vogels en overmatige regen.
Na het kiemen hebben de zaailingen veel licht, maar geen verzengende zon nodig. Houd het substraat gelijkmatig vochtig en zorg voor goede ventilatie. Verspeen de jonge planten zodra ze meerdere echte bladeren hebben en goed hanteerbaar zijn. Plant ze niet te vroeg in een grote pot, omdat een te ruim volume substraat lang nat kan blijven.