Japans bloedgras wordt eenmaal per jaar volledig teruggeknipt om ruimte te maken voor nieuwe scheuten. Het beste moment ligt aan het einde van de winter of in het vroege voorjaar, vlak voordat de verse groei zichtbaar wordt. Het oude loof blijft gedurende de winter staan omdat het de plant beschermt en structuur aan de tuin geeft. Zorgvuldig snoeien voorkomt beschadiging van jonge groeipunten en houdt de pol jarenlang verzorgd en gezond.
Knip het gras niet direct na het afsterven in de herfst volledig weg. De droge bladeren vormen een natuurlijke isolatielaag rond het hart van de plant. Ze beperken bovendien het binnendringen van regen en natte sneeuw tussen de wortelstokken. Daarnaast blijft de pol ook in de winter decoratief.
Het juiste snoeimoment verschilt per jaar en per regio. Begin wanneer de zwaarste vorst voorbij is, maar voordat de nieuwe scheuten ver boven de basis uitkomen. Controleer het hart van de pol zorgvuldig op jonge punten. Zodra deze zichtbaar zijn, moet het oude blad extra voorzichtig worden verwijderd.
Bij een zeer zachte winter kan nieuwe groei vroeg beginnen. Wacht dan niet uitsluitend op een vaste kalenderdatum. Houd de plant vanaf het einde van de winter regelmatig in de gaten. Tijdig snoeien maakt het werk eenvoudiger en voorkomt dat jonge bladeren tussen het oude loof worden afgeknipt.
Gereedschap en snoeitechniek
Gebruik een scherpe heggenschaar, grasschaar of stevige snoeischaar. Voor een grote pol werkt een elektrische heggenschaar snel, maar daarbij is extra controle nodig. Maak de messen vooraf schoon om overdracht van schimmels en bacteriën te beperken. Draag handschoenen en lange mouwen tegen de scherpe bladranden.
Meer artikelen over dit onderwerp
Bind de droge bladeren losjes samen voordat je begint. Hierdoor blijft het snoeiafval in één bundel en is het eenvoudig te verwijderen. Knip de pol terug tot ongeveer vijf à tien centimeter boven de grond. Laat bij zichtbare jonge scheuten iets meer hoogte staan.
Werk van buiten naar binnen en houd het gereedschap zo horizontaal mogelijk. Trek niet aan half losgesneden bladeren, omdat jonge scheuten dan kunnen meekomen. Verwijder na het knippen losse resten uit het hart. Een open basis warmt sneller op en blijft beter geventileerd.
Controleer tijdens het snoeien meteen de conditie van de pol. Zachte, zwarte of onaangenaam ruikende delen kunnen op rotting wijzen. Snijd aangetast materiaal afzonderlijk weg met schoon gereedschap. Gooi ziek plantmateriaal niet op een gewone composthoop.
Onderhoudssnoei tijdens het seizoen
Tijdens het groeiseizoen is volledige snoei niet nodig. Verwijder alleen bladeren die door wind, droogte of mechanische schade sterk zijn aangetast. Knip ieder blad zo laag mogelijk bij de basis af. Beschadig daarbij geen aangrenzende gezonde scheuten.
Meer artikelen over dit onderwerp
Bruine bladpunten kunnen cosmetisch worden bijgeknipt. Volg daarbij de natuurlijke schuine vorm van het blad, zodat de snede minder opvalt. Laat altijd een klein bruin randje staan om te voorkomen dat het levende weefsel opnieuw uitdroogt. Het inkorten van alle bladeren is meestal niet nodig.
Verwijder volledig groene scheuten zodra ze worden opgemerkt. Graaf voorzichtig tot aan de bijbehorende wortelstok en haal die volledig weg. Alleen het groene blad afknippen voorkomt niet dat dezelfde scheut terugkeert. Controleer de pol later in het seizoen opnieuw op groene uitlopers.
Na zware storm of hagel kan een groot deel van het blad beschadigd zijn. Knip niet automatisch de volledige plant tot de grond terug. Zolang er voldoende groen blad overblijft, kan de plant energie blijven produceren. Verwijder vooral gebroken en geknikte bladeren en laat gezonde delen staan.
Verjongen door delen en terugknippen
Een oude pol kan na enkele jaren in het midden dun worden. De actieve groei bevindt zich dan vooral aan de buitenrand. Snoeien alleen herstelt dit kale centrum niet. De plant moet in het voorjaar worden uitgegraven en verdeeld.
Knip het oude blad eerst terug voordat je de pol opneemt. Hierdoor kun je de wortelkluit gemakkelijker hanteren en zie je de groeipunten beter. Deel de kluit in stevige stukken met meerdere scheuten. Verwijder het zwakke of afgestorven middendeel.
Plant de gezonde delen terug in verbeterde, goed doorlatende grond. Houd dezelfde plantdiepte aan als voorheen. Geef na het planten ruim water en houd de bodem tijdens de eerste weken gelijkmatig vochtig. Wacht met zware bemesting tot de wortels opnieuw actief groeien.
Een regelmatige verjonging houdt de plant compact en voorkomt dat de pol onnodig breed wordt. De exacte frequentie hangt af van bodem en groeisnelheid, maar eens per drie tot vijf jaar is vaak voldoende. Controleer ieder voorjaar hoe dicht en vitaal de basis eruitziet. Deel alleen wanneer daar werkelijk aanleiding toe is.