Het planten en vermeerderen van de treurvijg vraagt om zorgvuldigheid, omdat de wortels gevoelig reageren op verstoring. Een goed gekozen pot, luchtige grond en rustige nazorg maken het verschil. Stekken lukt het best met jonge, gezonde scheuten uit een actief groeiende plant. Met een hygiënische werkwijze wordt de kans op uitval duidelijk kleiner.
De juiste pot en plantdiepte
Een treurvijg heeft een pot nodig die stevig staat en voldoende drainage biedt. De kroon kan breed worden, waardoor een lichte pot snel instabiel raakt. Kies daarom een pot met een goede verhouding tussen hoogte en breedte. Drainagegaten zijn belangrijker dan een decoratief uiterlijk.
De nieuwe pot mag slechts iets groter zijn dan de oude. Te veel extra grond rond de wortels blijft lang nat. Dat verhoogt de kans op wortelrot. Een maat groter is meestal voldoende.
Plant de treurvijg op dezelfde diepte als in de vorige pot. De stamvoet mag niet onder de aarde verdwijnen. Te diep planten kan schorsproblemen veroorzaken. Te hoog planten laat wortels sneller uitdrogen.
Druk de potgrond voorzichtig aan na het planten. De aarde moet contact maken met de wortels, maar niet worden samengeperst. Geef daarna matig water om de grond te laten aansluiten. Laat overtollig water volledig weglopen.
Meer artikelen over dit onderwerp
Geschikte potgrond samenstellen
Een goede potgrond voor de treurvijg is voedzaam, luchtig en waterdoorlatend. Een mengsel van kamerplantengrond, perliet en fijne schors werkt betrouwbaar. Perliet houdt de structuur open. Schors ondersteunt de beluchting rond de wortels.
Te zware grond is riskant voor jonge planten en stekken. Compacte aarde droogt langzaam op en verstikt fijne wortels. Vooral in koele kamers ontstaat dan snel schade. Luchtigheid is daarom een basisvoorwaarde.
Een kleine hoeveelheid compost kan nuttig zijn, maar overdrijf niet. Te rijke grond stimuleert zachte, kwetsbare groei. Jonge wortels verdragen hoge zoutconcentraties slecht. Gebruik liever later vloeibare voeding in lage dosering.
Verse potgrond moet licht vochtig zijn bij het planten. Kurkdroge grond neemt water ongelijk op. Door de aarde vooraf iets te bevochtigen, verdeelt het vocht beter. Zo krijgen de wortels sneller een stabiele start.
Stekken nemen en laten wortelen
De treurvijg kan worden vermeerderd met kopstekken. Kies een gezonde scheut met meerdere bladeren. Een lengte van tien tot vijftien centimeter is meestal geschikt. Snijd de stek met een schoon mes net onder een knoop af.
Verwijder de onderste bladeren van de stek. Zo blijft er een kaal stuk stengel over voor beworteling. Grote bladeren kunnen eventueel gedeeltelijk worden ingekort. Dat vermindert verdamping tijdens de eerste weken.
Stekken kunnen wortelen in water of in een luchtig stekmedium. Water maakt wortelvorming goed zichtbaar. Een mengsel van kokosvezel en perliet geeft vaak sterkere jonge wortels. Beide methoden vragen warmte en helder indirect licht.
Houd de lucht rond stekken vochtig, maar voorkom schimmel. Een doorzichtige kap of zak kan helpen. Ventileer dagelijks kort om condens te verminderen. Verwijder stekken met zwarte stengels direct.
Nazorg na planten en vermeerderen
Na het planten heeft de treurvijg vooral rust nodig. Zet hem op een lichte, tochtvrije plek. Vermijd direct verplaatsen na de eerste dagen. De plant moet zijn wortels opnieuw laten functioneren.
Nieuwe stekken mogen pas worden opgepot wanneer ze voldoende wortels hebben. Wortels van enkele centimeters geven een redelijke start. Gebruik kleine potten om natte grond te voorkomen. Geef voorzichtig water rond de jonge wortelzone.
De eerste weken na het oppotten wordt niet bemest. Jonge wortels zijn gevoelig voor mestzouten. Wacht tot er nieuwe bladgroei zichtbaar is. Daarna kan heel licht worden gestart met voeding.
Bladverlies na verpotten is niet ongewoon. De plant past zich aan aan nieuwe omstandigheden. Zolang de stengel stevig blijft, is herstel goed mogelijk. Geduld is hier belangrijker dan extra ingrijpen.