Het planten en vermeerderen van stomriet vraagt vooral om schoon werken, een luchtig substraat en een warme omgeving. De vlezige stengels kunnen gemakkelijk nieuwe wortels en scheuten vormen, waardoor ook oudere of kaal geworden planten goed te verjongen zijn. Tegelijk is voorzichtigheid noodzakelijk, omdat het plantensap huid en slijmvliezen kan irriteren. Met de juiste techniek kunnen zowel kopstekken als stengelstukken uitgroeien tot volwaardige nieuwe planten.
De pot en potgrond voorbereiden
Een geschikte pot heeft altijd één of meer open drainagegaten. Zonder goede afvoer blijft overtollig gietwater rond de wortels staan, waardoor het substraat zuurstofarm wordt. Kies bij het planten een pot die slechts iets groter is dan de wortelkluit. Een te ruime pot droogt langzaam op en verhoogt de kans op wortelrot.
Stomriet groeit goed in een losse, humusrijke potgrond met voldoende structuur. Gewone kamerplantengrond kan luchtiger worden gemaakt met perliet, fijne orchideeënschors of kokoschips. Deze materialen voorkomen dat het mengsel snel dichtslibt. Een evenwichtige verhouding houdt voldoende vocht vast en laat toch lucht bij de wortels komen.
Een drainagelaag van stenen onderin de pot vervangt geen drainagegat. Water kan zich boven zo’n laag ophopen, terwijl de wortels alsnog langdurig nat blijven. Het is effectiever om overtollig water rechtstreeks te laten wegstromen. Een losse potscherf over een groot gat kan voorkomen dat aarde uit de pot spoelt.
Maak gebruikte potten eerst grondig schoon voordat je er een nieuwe plant of stek in zet. Resten van oude aarde kunnen schimmels, bacteriën of plaaginsecten bevatten. Was potten met warm water en laat ze volledig drogen. Gereedschappen worden voor en na het werk ontsmet.
Meer artikelen over dit onderwerp
Een stomriet correct planten
Haal de plant voorzichtig uit de oude kweekpot en ondersteun daarbij de stengels. Trek nooit hard aan de bladeren, omdat bladstelen gemakkelijk inscheuren. Maak de buitenzijde van een sterk verdichte wortelkluit voorzichtig los met de vingers. Gezonde wortels hoeven niet volledig van oude aarde te worden ontdaan.
Plaats een laag vers substraat op de bodem van de nieuwe pot. Zet de wortelkluit zo dat de bovenzijde ongeveer één tot twee centimeter onder de potrand blijft. Vul de ruimte rondom gelijkmatig met potgrond en druk deze slechts licht aan. Te stevig aandrukken vermindert de luchtigheid van het mengsel.
De stengelbasis moet ongeveer op dezelfde hoogte blijven als in de oude pot. Wanneer een dikke stengel te diep wordt ingegraven, kan het bedekte deel gaan rotten. Een plant die juist te hoog staat, droogt rond de bovenste wortels sneller uit. Controleer de plantdiepte daarom voordat je de laatste aarde toevoegt.
Geef na het planten rustig water totdat een kleine hoeveelheid uit de pot loopt. Laat de pot goed uitlekken en verwijder water uit de sierpot of onderschaal. Zet de plant enkele dagen op een lichte plek zonder directe zon. Bemest pas wanneer de wortels zich hebben hersteld en de plant weer zichtbare groei laat zien.
Meer artikelen over dit onderwerp
Vermeerderen met kopstekken
Een kopstek is de snelste methode om een lange of kaal geworden plant te verjongen. Snijd de bovenste tien tot twintig centimeter van een gezonde stengel af met een scherp, schoon mes. Zorg dat de stek meerdere bladeren en minstens één duidelijke stengelknoop heeft. Draag handschoenen en voorkom dat het sap in de ogen of mond terechtkomt.
Verwijder één of twee onderste bladeren wanneer deze in water of potgrond zouden komen. Een te groot bladoppervlak kan veel vocht laten verdampen voordat de nieuwe wortels zijn gevormd. Zeer grote bladeren kunnen eventueel gedeeltelijk worden ingekort. Laat de snijwond kort opdrogen voordat je de stek plaatst.
Kopstekken kunnen in water of rechtstreeks in een luchtig stekmengsel wortelen. In water zijn de wortels eenvoudig te volgen, maar de overgang naar potgrond kan enige aanpassing vragen. Ververs het water regelmatig en houd alleen het onderste stengeldeel onder water. Zet de stek warm en licht, maar uit direct zonlicht.
Bij beworteling in substraat is een mengsel van kokosvezel en perliet geschikt. Houd het medium licht vochtig en dek de stek eventueel losjes af met een transparante kap. Ventileer dagelijks om schimmelvorming te voorkomen. Nieuwe bladgroei en lichte weerstand bij voorzichtig trekken wijzen op wortelontwikkeling.
Vermeerderen met stengelstukken
Een oude kale stengel kan in meerdere stukken worden verdeeld. Elk stuk moet minstens één groeiknoop bevatten, omdat daaruit nieuwe wortels en scheuten ontstaan. Markeer voor het snijden wat de boven- en onderkant van de stengel is. Omgekeerd geplaatste stukken wortelen vaak minder goed of helemaal niet.
Snijd stengeldelen van ongeveer vijf tot tien centimeter met schoon gereedschap. Laat de snijvlakken enkele uren drogen zodat zich een dun afsluitend laagje kan vormen. Dit verkleint de kans op rotting in een vochtig medium. Bestrooi de wonden niet met onnodige huismiddeltjes die vocht kunnen vasthouden.
De stukken kunnen rechtop in het substraat worden gezet met de oorspronkelijke onderzijde naar beneden. Ze kunnen ook horizontaal op een licht vochtig stekmengsel worden gelegd. Druk horizontale stukken gedeeltelijk in het medium, maar bedek ze niet volledig. Een warme bodemtemperatuur versnelt de vorming van wortels en nieuwe scheuten.
Houd het substraat gelijkmatig licht vochtig en nooit doorweekt. De ontwikkeling kan enkele weken tot meerdere maanden duren, afhankelijk van temperatuur en vitaliteit. Gooi een stevig stengelstuk niet te snel weg wanneer bovengronds nog niets zichtbaar is. Zodra een jonge scheut en voldoende wortels zijn gevormd, kan de nieuwe plant afzonderlijk worden opgepot.