Het planten en vermeerderen van de gloxinia is een boeiend proces dat veel voldoening geeft aan elke liefhebber van kamerplanten. Omdat deze plant uit een knol groeit, zijn er verschillende methoden om je collectie uit te breiden en nieuwe exemplaren te kweken. Of je nu kiest voor zaaien, bladstekken of het delen van de knol, elk proces vraagt om geduld en precisie. Met de juiste kennis over de behoeften van jonge planten kun je succesvol je eigen gloxinia’s opkweken vanaf de allereerste start.
Het zaaien van gloxinia’s is een methode die vaak wordt gebruikt door kwekers die op zoek zijn naar nieuwe kleurvariaties en hybriden. De zaden van deze plant zijn echter extreem klein, bijna als stof, wat het zaaiproces tot een nauwkeurig werkje maakt. Je moet de zaden op het oppervlak van de vochtige zaaigrond strooien zonder ze te bedekken met een laagje aarde. Licht is namelijk essentieel voor de kieming van deze specifieke zaden, dus een transparante afdekking is noodzakelijk.
Een van de meest populaire en relatief eenvoudige manieren om de plant te vermeerderen is via bladstekken. Je kunt hiervoor een gezond, volwassen blad van de moederplant afsnijden en dit in de grond of in water laten wortelen. Bijzonder aan de gloxinia is dat je uit één enkel blad zelfs meerdere nieuwe plantjes kunt verkrijgen door de nerven in te snijden. Deze methode garandeert dat de nieuwe planten exact dezelfde kenmerken zullen hebben als de plant waar het blad van afkomstig is.
Het delen van de knol is een meer rigoureuze methode die je meestal uitvoert wanneer de plant in rust is of net begint uit te lopen. Grote, gezonde knollen kunnen met een scherp mes in stukken worden gesneden, mits elk deel ten minste één groei-oog bevat. De snijvlakken moeten vervolgens goed drogen of behandeld worden met een fungicide om infecties tijdens het herstelproces te voorkomen. Deze manier van vermeerderen resulteert vaak het snelst in een volwassen, bloeiende plant omdat de energievoorraad in het knoldeel al aanwezig is.
Het proces van zaaien tot jonge plant
Wanneer je besluit om gloxinia’s uit zaad op te kweken, moet je beginnen met een zeer fijn gezeefd zaaimengsel. Omdat de zaden zo klein zijn, kunnen ze gemakkelijk verloren gaan in grove stukjes turf of perliet. Bevochtig de grond vooraf goed, zodat je na het zaaien niet met een zware waterstraal de zaden wegspoelt. Een plantenspuit met een zeer fijne nevel is de enige juiste manier om de vochtigheid op peil te houden tijdens de kiemperiode.
Meer artikelen over dit onderwerp
De temperatuur voor een succesvolle kieming moet constant rond de tweeëntwintig tot vijfentwintig graden Celsius liggen voor het beste resultaat. Plaats de zaaibak op een lichte plek, maar vermijd direct zonlicht dat de grond onder het plastic of glas te snel kan verhitten. Na ongeveer twee tot drie weken zul je de eerste piepkleine groene puntjes boven de grond zien verschijnen. Het is dan van belang om heel voorzichtig te beginnen met het ventileren van de zaaibak om de zaailingen af te harden.
Zodra de zaailingen twee echte blaadjes hebben ontwikkeld, zijn ze klaar om voor de eerste keer verspeend te worden naar individuele potjes. Dit is een heel secuur werkje omdat de worteltjes en de kleine knolletjes nog extreem kwetsbaar en teer zijn. Gebruik een klein stokje of een pincet om de plantjes voorzichtig uit de zaaigrond te tillen zonder de stengels te kneuzen. Zet ze in een voedselarme stekgrond om de verdere wortelontwikkeling op een natuurlijke manier te stimuleren.
Gedurende de eerste maanden na het verspenen hebben de jonge plantjes een zeer constante omgeving nodig om zich goed te kunnen ontwikkelen. Ze mogen nooit uitdrogen, maar de grond mag ook zeker niet verzadigd raken met stilstaand water aan de basis. Geef ze voldoende indirect licht en begin pas met lichte bemesting wanneer de plantjes duidelijk beginnen te groeien en meerdere bladeren hebben. Met een goede verzorging kunnen deze uit zaad opgekweekte planten vaak al binnen zeven tot negen maanden voor het eerst gaan bloeien.
Vermeerdering door bladstekken
Voor het nemen van een bladstek kies je een stevig en gezond blad dat niet te oud maar ook niet te jong is. Snijd de bladsteel schuin af met een gedesinfecteerd mesje en laat de snijwond eventueel een uurtje aan de lucht drogen. Je kunt de stek direct in een potje met licht vochtige stekgrond steken of de steel in een glas water plaatsen. Bij de watermethode zie je de wortels ontstaan, waarna je de stek in de aarde kunt planten zodra de wortels enkele centimeters lang zijn.
Meer artikelen over dit onderwerp
Een meer geavanceerde techniek is de bladmoes-methode, waarbij je de dikke hoofdnerven van het blad op verschillende plaatsen voorzichtig dwars doorsnijdt. Leg het blad vervolgens plat op een bedje van vochtige grond en zorg dat de ingesneden nerven goed contact maken met het oppervlak. Je kunt het blad eventueel fixeren met kleine klemmetjes of door er wat zware steentjes op te leggen. Uit elke inkeping in de nerf kan na verloop van tijd een klein nieuw knolletje en een plantje groeien.
Het succes van bladstekken hangt sterk af van de vochtigheidsgraad van de lucht rondom het blad gedurende de hele periode. Dek de stekken af met een doorzichtige zak of zet ze in een kweekkasje om de verdamping van het blad tot een minimum te beperken. Controleer regelmatig op tekenen van rot of schimmel en laat de kap dagelijks even open om de lucht te verversen. Na ongeveer zes tot acht weken zul je zien dat er kleine groene scheutjes aan de basis van het blad verschijnen.
Wanneer de nieuwe plantjes groot genoeg zijn en een eigen knolletje hebben gevormd, kun je het oude moederblad voorzichtig verwijderen of laten afsterven. De jonge plantjes kunnen nu voorzichtig worden losgemaakt en in hun eigen kleine potjes worden gezet voor verdere groei. Het is fascinerend om te zien hoe uit één enkel blad een hele reeks nieuwe planten kan ontstaan die identiek zijn aan de ouderplant. Deze methode is ideaal voor liefhebbers die hun favoriete kleuren willen behouden en delen met andere verzamelaars.
Knollen delen en planten
Het delen van een grote gloxiniaknol is een effectieve manier om een oude plant te verjongen en tegelijkertijd te vermeerderen. Doe dit bij voorkeur in het vroege voorjaar wanneer je de eerste groeipunten op de knol ziet verschijnen als rode of groene puntjes. Gebruik een zeer scherp en schoon mes om de knol in twee of meer stukken te snijden, afhankelijk van de grootte. Zorg er absoluut voor dat elk deel ten minste één duidelijk zichtbaar groeipunt heeft om een succesvolle herstart te garanderen.
Nadat je de knol hebt gedeeld, is het van vitaal belang dat de snijvlakken goed kunnen indrogen voordat ze met aarde in contact komen. Je kunt de snijwonden bestuiven met houtskoolpoeder of een speciaal zwavelmiddel om infecties door bodemschimmels effectief te voorkomen. Laat de knolstukken een dag of twee op een droge, schaduwrijke plek liggen tot de wond volledig kurkachtig aanvoelt. Dit verkleint de kans aanzienlijk dat de knol in de vochtige grond direct begint te rotten.
Bij het planten van de knolstukken moet je de holle kant naar boven leggen, aangezien daar meestal de groeipunten zich bevinden. Bedek de knol met een dun laagje aarde van ongeveer één tot twee centimeter dik en druk de grond heel lichtjes aan. Geef na het planten een heel klein beetje water langs de rand van de pot om de groei te activeren. Plaats de pot op een warme plek met een temperatuur van minimaal twintig graden om het wortelproces te versnellen.
Het duurt meestal enkele weken voordat de eerste scheuten boven de grond verschijnen na het planten van de knoldelen. Wees in deze periode zeer terughoudend met water geven, omdat de knol zonder bladeren nog bijna geen vocht kan verdampen. Zodra de groene blaadjes zichtbaar zijn, kun je de watergift langzaam opvoeren en de plant naar het licht verplaatsen. De planten die uit knoldelen groeien, zijn vaak zeer krachtig en zullen in hetzelfde seizoen nog volop gaan bloeien.