Wanneer je besluit om dit prachtige ijskruidje in je tuin te verwelkomen, begint alles bij een goede voorbereiding. Het succes van de aanplant valt of staat met de keuze van de juiste periode en de kwaliteit van de bodem. Het voorjaar, zodra de kans op nachtvorst volledig is verdwenen, is het allerbeste moment om te beginnen. Op dat moment is de bodem aan het opwarmen, wat de wortelvorming van de jonge planten enorm stimuleert.
Kies een dag die bewolkt is maar wel droog, zodat de jonge planten niet direct worden blootgesteld aan de felle middagzon. Voordat je de planten in de grond zet, is het verstandig om ze eerst in hun kweekpotjes goed water te geven. Hierdoor laten de wortelkluiten makkelijker los en ondervindt de plant minder stress tijdens het overplanten. Zorg er ook voor dat je alle benodigde materialen, zoals een schepje en eventueel wat drainagezand, bij de hand hebt.
De bodem moet je van tevoren goed losmaken tot een diepte van ongeveer twintig centimeter om verdichting op te heffen. Verwijder al het aanwezige onkruid, inclusief de wortels, zodat de nieuwe planten geen concurrentie ondervinden. Als de grond erg arm is, kun je een kleine hoeveelheid organische meststof doormengen om de start te vergemakkelijken. Een goed voorbereid plantbed is de helft van het werk voor een prachtig groen resultaat.
Controleer ook de afwatering van de plek waar je wilt gaan planten door een gat te graven en er water in te gieten. Als het water na een kwartier nog steeds in het gat staat, moet je de drainage verbeteren voordat je verder gaat. Je kunt dit doen door een laag grind onderin het plantgat aan te brengen of de border iets op te hogen. Dit voorkomt dat de gevoelige wortels van je nieuwe plant direct na de aanplant gaan rotten.
De juiste planttechniek
Het daadwerkelijke planten is een eenvoudig proces, maar vraagt wel om een voorzichtige aanpak. Graaf een gat dat net iets groter en dieper is dan de huidige wortelkluit van de plant. Plaats de plant in het midden van het gat en zorg ervoor dat de bovenkant van de kluit gelijk is aan het grondoppervlak. Te diep planten kan leiden tot stamrot, terwijl te ondiep planten de wortels kan laten uitdrogen.
Meer artikelen over dit onderwerp
Vul het gat rondom de wortels op met de losgemaakte aarde en druk dit voorzichtig aan met je handen. Het is belangrijk dat er geen grote luchtzakken rond de wortels achterblijven, want die kunnen de wateropname belemmeren. Gebruik je voeten liever niet voor het aandrukken, omdat de druk dan te groot kan worden en de fijne wortels kan beschadigen. Wees respectvol naar de plant toe, dan zal hij zich sneller settelen in zijn nieuwe omgeving.
Houd een plantafstand aan van ongeveer twintig tot dertig centimeter tussen de verschillende exemplaren. Hoewel de planten in het begin misschien wat verloren lijken, zullen ze door hun kruipende groeiwijze de tussenruimte snel opvullen. Binnen één seizoen kunnen de scheuten elkaar al raken, waardoor er een aaneengesloten mat ontstaat. Geduld in het begin wordt later beloond met een weelderig en dekkend resultaat in je tuin.
Geef direct na het planten een ruime hoeveelheid water om de aarde goed rond de wortels te laten zakken. Dit eerste water is cruciaal om de overgang van pot naar volle grond soepel te laten verlopen voor de plant. Let er wel op dat je het water bij de basis van de plant geeft en niet direct over de bladeren sproeit. Na deze eerste watergift kun je de frequentie langzaam afbouwen naarmate de plant zich beter vestigt.
Vermeerdering door stekken
Een van de leukste aspecten van het houden van deze vetplant is hoe ongelooflijk makkelijk hij te vermeerderen is. Je kunt bijna het hele jaar door stekken nemen, zolang de plant in een actieve groeifase zit. Zoek een gezonde, stevige stengel uit en knip een stuk af van ongeveer tien centimeter lang. Zorg ervoor dat de stek minstens twee of drie paren bladeren heeft voor de beste kans op succes.
Meer artikelen over dit onderwerp
Voordat je de stek in de grond steekt, moet je de onderste bladeren voorzichtig verwijderen zodat er een kaal stukje stengel ontstaat. Laat de stek vervolgens één of twee dagen op een droge, schaduwrijke plek liggen zodat de snijwond kan indrogen. Dit voorkomt dat er bacteriën of schimmels in de wond komen wanneer je de stek in de vochtige grond plaatst. Dit proces noemen we ‘callussen’ en is een standaardmethode bij het vermeerderen van bijna alle vetplanten.
Plaats de voorbereide stek in een potje met licht vochtige stekgrond of een mengsel van zand en potgrond. Druk de grond lichtjes aan zodat de stek stevig staat en niet omvalt bij de eerste de beste windvlaag. Zet het potje op een lichte plek, maar vermijd de brandende zon tijdens de eerste twee weken van het wortelproces. Je zult merken dat de stek na korte tijd weerstand geeft als je er voorzichtig aan trekt, wat betekent dat er wortels groeien.
Het is ook mogelijk om de stengels direct in de tuin te laten wortelen door ze simpelweg plat op de grond te leggen. Druk een deel van de stengel lichtjes in de aarde en houd de grond op die plek een beetje vochtig. De plant zal op de knopen van de stengel spontaan nieuwe wortels aanmaken en zo een nieuwe kolonie beginnen. Dit is de meest natuurlijke manier van vermeerderen en vraagt de minste inspanning van jouw kant als tuinier.
Zaaien en opkweken
Hoewel stekken de snelste methode is, kun je er ook voor kiezen om de plant vanuit zaad op te kweken. Dit is een fascinerend proces waarbij je de gehele ontwikkeling van de plant van heel dichtbij kunt meemaken. De zaden zijn erg klein, dus wees voorzichtig bij het openen van het zakje om ze niet te verliezen. Gebruik een fijne zaaigrond die je van tevoren licht hebt bevochtigd met een plantenspuit.
Strooi de zaden gelijkmatig over het oppervlak van de grond en bedek ze slechts met een heel dun laagje zand. Omdat de zaden licht nodig hebben om te ontkiemen, mogen ze zeker niet te diep onder de grond worden gestopt. Dek de zaaibak af met een doorzichtig deksel of een stukje folie om de luchtvochtigheid hoog te houden. Zet de bak op een warme plek bij een temperatuur van ongeveer twintig graden Celsius.
Het ontkiemen kan variëren van enkele dagen tot twee weken, afhankelijk van de versheid van het zaad en de omstandigheden. Zodra de eerste groene puntjes boven de grond komen, moet je de afdekking langzaam gaan verwijderen voor ventilatie. Te veel vocht in dit stadium kan leiden tot ‘omvallen’, een schimmelziekte die jonge zaailingen in korte tijd kan vernietigen. Geef de zaailingen veel licht zodat ze niet te dun en slap worden tijdens hun eerste groei.
Wanneer de jonge plantjes hun tweede paar echte bladeren hebben gevormd, kun je ze voorzichtig verspenen naar individuele potjes. Ga hierbij heel behoedzaam te werk, want de worteltjes en de stengels zijn in dit stadium nog erg breekbaar. Laat de jonge planten eerst goed aansterken in de potjes voordat je ze definitief naar buiten verplaatst. Het opkweken uit zaad vergt meer tijd, maar geeft een enorme voldoening als je de eerste bloemen ziet verschijnen.