Het succesvol vestigen van een nieuwe plant in je tuin begint altijd bij een zorgvuldige voorbereiding van de bodem en de standplaats. De heiligenbloem stelt duidelijke eisen aan zijn omgeving, vooral wanneer het gaat om de drainage en de lichtintensiteit. Wanneer je besluit om deze plant te vermeerderen, zijn er verschillende technieken die je kunt toepassen voor een optimaal resultaat. Met een beetje geduld en de juiste kennis kun je binnen korte tijd je eigen collectie uitbreiden.
De beste tijd om te planten is in het voorjaar, wanneer de grond begint op te warmen en er geen kans meer is op strenge vorst. Hierdoor heeft de plant het hele groeiseizoen de tijd om een diep en stevig wortelstelsel te ontwikkelen. Een goede start in de lente zorgt ervoor dat de plant de daaropvolgende winter veel beter kan doorstaan. Zorg er bij het planten voor dat het plantgat ruim genoeg is zodat de wortels niet worden omgebogen.
De juiste techniek voor het planten
Bij het graven van het plantgat is het aan te raden om de bodem op de bodem van het gat goed los te maken. Je kunt een mengsel van de uitgegraven grond en wat scherp zand gebruiken om de doorlatendheid direct rond de wortelkluit te verbeteren. Plaats de plant op precies dezelfde diepte als hij in de pot stond om stamrot te voorkomen. Te diep planten kan ervoor zorgen dat de onderste takken in contact komen met vochtige grond en gaan rotten.
Druk de grond na het planten voorzichtig maar stevig aan met je handen om luchtbellen rond de wortels te verwijderen. Geef direct na het planten een bescheiden hoeveelheid water om het contact tussen de wortels en de aarde te bevorderen. Pas op dat je de grond niet verzadigt, want de plant moet direct wennen aan de relatief droge omstandigheden. In de eerste weken na het planten is het belangrijk om de vochtigheid in de gaten te houden zonder te overdrijven.
Vermeerderen door middel van stekken
De meest populaire en effectieve methode om deze plant te vermeerderen is door het nemen van halfverhoute stekken. Dit doe je het beste in de nazomer, wanneer de nieuwe scheuten van het jaar onderaan al een beetje steviger zijn geworden. Snijd een gezonde scheut van ongeveer tien centimeter lang schuin af met een zeer scherp en schoon mes. Verwijder de onderste blaadjes zodat je een kale steel hebt die je in de grond kunt steken.
Meer artikelen over dit onderwerp
Plaats de stekken in een mengsel van potgrond en zand voor een optimale balans tussen vocht en lucht. Een kweekkasje of een simpele plastic zak over de pot kan helpen om de luchtvochtigheid rond de stek stabiel te houden. Zodra je weerstand voelt wanneer je voorzichtig aan de stek trekt, weet je dat er wortels zijn gevormd. Dit proces duurt meestal enkele weken, waarna de nieuwe plantjes geleidelijk kunnen wennen aan drogere lucht.
Zaaien en scheuren van de plant
Hoewel stekken vaker wordt gedaan, kun je de plant ook vermeerderen door middel van zaaien in het vroege voorjaar. De zaden hebben licht nodig om te ontkiemen, dus bedek ze slechts met een heel dun laagje fijn zand of druk ze alleen licht aan. Houd de zaaibodem licht vochtig en plaats de zaaibak op een warme, lichte plek zonder direct fel zonlicht. Het kan even duren voordat de eerste kiemplantjes verschijnen, dus geduld is hier een schone zaak.
Het scheuren of delen van oudere struiken is een andere optie, hoewel dit meer risico met zich meebrengt voor de moederplant. Dit gebeurt bij voorkeur in het voorjaar wanneer de plant net uit zijn rustperiode komt en vol energie zit. Graaf de volledige struik voorzichtig uit en deel de wortelkluit met een scherpe spade in twee of drie stukken. Plant de delen direct terug op hun nieuwe plek en verzorg ze in het begin als vers geplante stekken.