Het planten en vermeerderen van de bosrank vereist een doordachte aanpak om de plant een vliegende start te geven in de tuin. Omdat deze soort bekend staat om zijn krachtige groei, is de keuze van de juiste standplaats en een correcte plantmethode cruciaal. Een goed geplante bosrank kan decennialang meegaan en elk jaar mooier worden door zijn natuurlijke expansiedrang. In de volgende hoofdstukken bespreken we stap voor stap hoe je deze klimplant succesvol een plek geeft en hoe je zelf nieuwe exemplaren kunt opkweken.
De ideale standplaats en voorbereiding
Voordat je begint met planten, moet je de perfecte locatie in de tuin zorgvuldig selecteren en voorbereiden. De bosrank houdt van een standplaats waarbij de wortels in de schaduw staan en de scheuten naar de zon kunnen groeien. Een plek tegen een muur op het oosten of westen is vaak ideaal omdat daar de felste middagzon wordt vermeden. Zorg er ook voor dat er voldoende ruimte is voor de wortels om zich diep en breed te kunnen ontwikkelen.
De bodem moet diep worden losgemaakt voordat de plant de grond in gaat om een goede worteling te garanderen. Verwijder alle stenen, oude wortels en onkruid uit het plantgat om directe concurrentie te voorkomen. Het toevoegen van goed verteerde compost of bladaarde verbetert de bodemstructuur en de vruchtbaarheid aanzienlijk. Meng deze organische stoffen goed met de bestaande tuingrond voor een homogeen plantbed.
Het plantgat zelf moet minimaal twee keer zo groot en diep zijn als de kluit van de jonge plant. Een ruim plantgat zorgt ervoor dat de nieuwe wortels gemakkelijk hun weg vinden in de omliggende aarde. Je kunt de bodem van het gat extra losmaken met een spade om de verticale drainage te bevorderen. Dit is vooral belangrijk bij zware kleigronden waar waterstagnatie een risico kan vormen voor de jonge wortels.
Dompel de plant met pot en al onder in een emmer water voordat je hem daadwerkelijk in de grond zet. Hierdoor kan de kluit zich volledig volzuigen en krijgt de plant geen droogteschok tijdens het verplanten. Laat de plant staan totdat er geen luchtbellen meer naar boven komen uit het substraat. Een goed gehydrateerde kluit heeft een veel grotere overlevingskans in de eerste kritieke weken na het planten.
Meer artikelen over dit onderwerp
De techniek van het aanplanten
Plaats de plant in het voorbereide gat en let hierbij heel specifiek op de plantdiepte van de kluit. Bij veel Clematis-soorten wordt geadviseerd om de kluit iets dieper te planten dan hij in de pot stond. Dit beschermt de onderste knoppen tegen vorst en eventuele verwelkingsziekten die de plant kunnen treffen. Ongeveer vijf tot tien centimeter extra diepte is meestal voldoende voor een veilige start.
Vul het plantgat voorzichtig aan met de verbeterde grond terwijl je de plant recht houdt in de gewenste positie. Druk de aarde met de hand stevig aan om luchtzakken rondom de wortels te verwijderen, maar stamp de grond niet te hard aan. Luchtzakken kunnen ervoor zorgen dat wortels uitdrogen, terwijl te vaste grond de wortelgroei juist belemmert. Een goede aansluiting tussen de kluit en de tuingrond is essentieel voor de wateropname.
Geef direct na het aanplanten een ruime hoeveelheid water om de grond goed te laten nazakken rond de wortels. Dit zorgt voor een optimaal contact en helpt de plant om direct te beginnen met het herstel van het wortelstelsel. Je zult zien dat de grond vaak nog wat nazakt, dus vul dit indien nodig aan met een beetje extra aarde. Een gietrandje van aarde rond de plant helpt om het water direct naar de wortels te leiden.
Breng tot slot een beschermende laag mulch aan rond de voet van de plant om verdamping tegen te gaan. Je kunt hiervoor boomschors, houtsnippers of zelfs een grote platte steen gebruiken die de zon weert. Deze barrière zorgt ervoor dat de bodem koel blijft, precies zoals de bosrank dat in de natuur gewend is. Vergeet niet om direct een eerste klimsteun aan te brengen zodat de jonge scheuten niet over de grond gaan kruipen.
Meer artikelen over dit onderwerp
Vermeerderen door middel van stekken
Het vermeerderen van de bosrank via stekken is een effectieve manier om identieke nieuwe planten te verkrijgen. De beste tijd hiervoor is de vroege zomer, wanneer de plant volop in de groei is en de scheuten nog zacht zijn. Kies gezonde, niet-bloeiende scheuten voor de grootste kans op succes bij de wortelvorming. Deze halfrijpe stekken hebben precies de juiste energiebalans om snel wortels aan te maken.
Snijd een stuk stengel af van ongeveer tien tot vijftien centimeter lang met minimaal twee paar gezonde bladeren. Gebruik altijd een vlijmscherp en schoon mes om kneuzingen van het weefsel te voorkomen. Verwijder de onderste bladeren zodat er een kaal stuk stengel overblijft dat in de grond gestoken kan worden. De bovenste bladeren kunnen gehalveerd worden om overmatige verdamping van vocht te minimaliseren tijdens het wortelen.
Steek de voorbereide stekken in een mengsel van potgrond en zand voor een goede beluchting en drainage. Je kunt eventueel een beetje stekpoeder gebruiken om de wortelvorming te versnellen en infecties aan de snijwond te voorkomen. Plaats de stekken in een warme, lichte omgeving maar buiten direct zonlicht om verbranding te voorkomen. Een hoge luchtvochtigheid, bijvoorbeeld door een doorzichtig kapje, bevordert het proces aanzienlijk.
Na enkele weken kun je voorzichtig testen of er al wortels zijn gevormd door heel zachtjes aan de stek te trekken. Als je weerstand voelt, is de wortelvorming begonnen en kan de plant langzaam gaan wennen aan drogere lucht. Zodra de wortels goed ontwikkeld zijn, kunnen de jonge plantjes worden overgepot naar grotere potten met voedzamere grond. Laat ze nog minimaal één seizoen aansterken voordat je ze definitief in de volle grond van de tuin plant.
Vermeerderen via afleggen en zaaien
Afleggen is een zeer natuurlijke en betrouwbare methode om de bosrank te vermeerderen zonder veel risico. Kies een lange, buigzame stengel die laag bij de grond groeit en buig deze voorzichtig naar de aarde toe. Maak een klein sneetje in de stengel op de plek waar deze de grond raakt om de wortelvorming te stimuleren. Graaf een klein geultje, leg de stengel erin en zet deze vast met een stevige metalen kram of een zware steen.
Bedek het middelste deel van de afgelegde stengel met aarde, maar laat de top van de scheut boven de grond uitsteken. Houd de grond op deze plek consistent vochtig zodat de plant gestimuleerd wordt om op de wondplek wortels te maken. Het grote voordeel van deze methode is dat de jonge plant nog steeds voeding krijgt van de moederplant terwijl hij eigen wortels maakt. Na ongeveer een jaar kun je de verbinding met de moederplant doorsnijden en de nieuwe plant verhuizen.
Zaaien is een andere optie, hoewel dit meer geduld vereist en de nakomelingen kunnen variëren van de ouderplant. Verzamel de rijpe zaden in de herfst wanneer de zaadpluizen bruin en droog aanvoelen. Je kunt de zaden direct buiten zaaien in een zaaibed of in potten die je gedurende de winter koud wegzet. Veel zaden van deze soort hebben een koudeperiode nodig om de kiemrust te doorbreken en in de lente te ontkiemen.
Houd de zaaipotten in de lente goed in de gaten en zorg dat de opkomende kiemplantjes niet uitdrogen of worden opgegeten door slakken. De groei van zaailingen kan in het begin vrij traag zijn vergeleken met stekken of afleggers. Dun de zaailingen uit als ze te dicht op elkaar staan zodat de sterkste plantjes de meeste ruimte krijgen. Het duurt meestal twee tot drie jaar voordat een uit zaad opgekweekte bosrank voor het eerst zal gaan bloeien.