Het planten van de boerenjasmijn vereist een zorgvuldige planning van zowel de locatie als het tijdstip om een succesvolle aanslag te garanderen. Een goede start in de tuin is bepalend voor de snelheid waarmee de struik zich ontwikkelt en zijn eerste bloemen zal gaan tonen aan de omgeving. Omdat deze plant vele jaren op dezelfde plek zal blijven staan, is het voorbereiden van de plantplaats een investering die zichzelf dubbel en dwars terugbetaalt. Het proces van vermeerderen biedt bovendien een prachtige kans om op een voordelige wijze meer van deze geurige struiken in de tuin te integreren.

De ideale periode voor het planten van de boerenjasmijn is in het vroege voorjaar of in de loop van het najaar, wanneer de sapstroom rustig is. Tijdens deze maanden is de grond vaak nog warm genoeg voor wortelgroei, maar is de verdamping via het blad minimaal door de lagere temperaturen. Het graven van een ruim plantgat, dat minstens twee keer zo groot is als de kluit, geeft de wortels de nodige ruimte om zich te verspreiden. Meng de uitgegraven grond met hoogwaardige compost om de plant direct van een rijke voedingsbron te voorzien bij de start. Na het plaatsen van de struik is het stevig aandrukken van de aarde essentieel om luchtpockets rond de wortels te verwijderen.

Vermeerdering via zomerstekken is een van de meest effectieve methoden om nieuwe exemplaren van de boerenjasmijn te kweken voor eigen gebruik. In de periode na de bloei, meestal rond juni of juli, zijn de jonge scheuten half-verhout en uitermate geschikt voor dit proces. Snijd een gezonde stek van ongeveer vijftien centimeter lang net onder een bladknoop af en verwijder de onderste bladeren om vochtverlies te beperken. Plaats deze stekken in een mengsel van stekgrond en zand, en houd ze consistent vochtig in een beschutte, schaduwrijke omgeving. Na enkele weken zullen de eerste worteltjes verschijnen, waarna de jonge plantjes langzaam kunnen wennen aan de buitenlucht en zonlicht.

Een andere methode die vaak door ervaren tuiniers wordt toegepast, is het vermeerderen van de struik door middel van afleggen in het voorjaar. Hierbij buig je een soepele, jonge tak naar de grond en zet je deze vast met een kram, waarbij een deel van de tak met aarde wordt bedekt. Op het punt waar de tak de grond raakt, zullen zich gedurende het groeiseizoen nieuwe wortels ontwikkelen terwijl de tak nog verbonden is met de moederplant. In het volgende voorjaar kan de nieuwe plant voorzichtig worden losgekoppeld en op een definitieve plek in de tuin worden uitgeplant. Deze techniek is zeer betrouwbaar omdat de jonge plant continu van voeding wordt voorzien door de hoofstruik tijdens het wortelen.

Voor degenen die geduld hebben, is vermeerdering door winterstekken een passieve maar succesvolle manier om de collectie boerenjasmijnen in de winter uit te breiden. Tijdens de rustperiode, wanneer de bladeren zijn gevallen, kunnen volledig verhoute takken worden afgeknipt in stukken van ongeveer twintig centimeter. Deze stekken worden voor driekwart in de volle grond gestoken op een plekje dat niet direct in de volle wind ligt en waar de grond goed draineert. Gedurende de winter vormen zich callusweefsel en de eerste wortelbeginselen, waarna de stekken in het voorjaar zullen uitlopen en verder groeien. Het is een eenvoudige methode die weinig nazorg vereist en verrassend hoge succespercentages kent bij deze specifieke struiksoort.