Het planten van Chileens nagelkruid vraagt vooral aandacht voor de bodem, de plantdiepte en het juiste seizoen. Een zorgvuldig geplaatste jonge plant ontwikkelt sneller een sterk wortelstelsel en verdraagt later droogte en winterkou beter. Vermeerdering is mogelijk door delen, zaaien en in sommige gevallen het nemen van wortelstekken. De gekozen methode bepaalt hoe snel nieuwe planten bloeien en in hoeverre zij de eigenschappen van de ouderplant behouden.
Het beste plantmoment bepalen
Het voorjaar is een uitstekend moment om Chileens nagelkruid te planten. De bodem warmt geleidelijk op en bevat meestal nog voldoende vocht voor een goede beworteling. Planten die in maart, april of mei worden gezet, hebben een volledig groeiseizoen om zich te vestigen. Geef bij een droog voorjaar wel consequent water.
Ook de vroege herfst is geschikt, vooral op lichte of middelzware grond. De bodem is dan nog warm, terwijl de verdamping lager ligt dan in de zomer. De wortels kunnen doorgroeien totdat de bodemtemperatuur sterk daalt. Op natte kleigrond is voorjaarsplanting veiliger, omdat jonge planten daar in de winter gemakkelijker wegrotten.
Vermijd planten tijdens vorst, hittegolven of langdurige droogte. Onder zulke omstandigheden kan het wortelstelsel onvoldoende contact maken met de omliggende grond. Ook pas aangeschafte potplanten mogen niet volledig uitgedroogd in de border worden gezet. Laat de kluit vooraf goed water opnemen.
Containerplanten kunnen in principe gedurende een groot deel van het groeiseizoen worden geplant. De nazorg wordt echter intensiever naarmate het weer warmer en droger is. Tijdens de bloei planten is mogelijk, maar de plant kan tijdelijk bloemen of knoppen verliezen. Dat is een normale reactie op de verplaatsing en meestal geen blijvende schade.
Meer artikelen over dit onderwerp
De plantplaats zorgvuldig voorbereiden
Maak de grond over een ruim oppervlak los voordat het plantgat wordt gegraven. Een breed verbeterde wortelzone is waardevoller dan een klein gat met zeer rijke potgrond. De wortels moeten zonder grote overgang in de omliggende tuingrond kunnen groeien. Verwijder tegelijkertijd wortelonkruiden zoals kweekgras en zevenblad.
Graaf een plantgat dat ongeveer anderhalf keer zo breed is als de wortelkluit. De diepte moet zo worden aangepast dat de bovenkant van de kluit gelijk komt met het bodemoppervlak. Te diep planten kan het hart van de plant laten rotten. Te hoog planten vergroot juist de kans op uitdroging.
Meng op arme grond rijpe compost door de uitgegraven aarde. Gebruik geen grote hoeveelheden sterk bemeste potgrond, omdat die water anders kan vasthouden dan de omliggende bodem. Op zware grond worden ook grof zand, grind of lavakorrels toegevoegd. De verbeterde grond moet stevig maar niet hard rond de wortels worden aangedrukt.
Geef na het planten ruim water, ook wanneer de grond vochtig lijkt. Dit water sluit kleine luchtzakken rond de wortels en verbetert het bodemcontact. Controleer na het water geven of de plant niet te diep is gezakt. Vul indien nodig wat grond aan zonder het groeihart te bedekken.
Meer artikelen over dit onderwerp
Vermeerderen door delen
Delen is de betrouwbaarste methode om een bestaande plant te vermeerderen. De nieuwe delen behouden dezelfde bloemkleur, hoogte en groeivorm als de moederplant. Het vroege voorjaar is hiervoor meestal het gunstigste moment. Delen in de vroege herfst is eveneens mogelijk op goed doorlatende grond.
Graaf de volledige pol voorzichtig uit met een spitvork. Steek ruim rond de plant om zo veel mogelijk wortels intact te houden. Schud losse aarde voorzichtig van de kluit, zodat de natuurlijke deelpunten zichtbaar worden. Oude, houtige of beschadigde delen in het centrum kunnen worden verwijderd.
Trek jonge stukken met de hand uiteen of snijd ze met een schoon, scherp mes los. Elk deel moet meerdere gezonde wortels en minstens één krachtig groeipunt hebben. Zeer kleine stukken drogen sneller uit en hebben meer tijd nodig om zich te herstellen. Middelgrote delen leveren doorgaans het beste resultaat.
Plant de gedeelde stukken direct opnieuw op dezelfde diepte als voorheen. Geef royaal water en houd de bodem de eerste weken gelijkmatig vochtig. Bij zonnig, warm weer kan tijdelijke lichte beschaduwing nuttig zijn. Verwijder aanwezige bloemstelen, zodat de jonge delen hun energie aan wortelvorming besteden.
Zaaien en jonge planten opkweken
Chileens nagelkruid kan uit zaad worden gekweekt, maar zaailingen verschillen vaak van de ouderplant. Dit geldt vooral voor cultivars met bijzondere kleuren of gevulde bloemen. Zaaien is daarom vooral interessant wanneer variatie gewenst is. Voor een exact gelijke nakomeling is delen een betere keuze.
Zaai in het voorjaar in bakken met luchtige zaaigrond. Bedek de zaden slechts dun, omdat een te dikke grondlaag de kieming kan vertragen. Houd het substraat licht vochtig zonder het doorweekt te maken. Een temperatuur van ongeveer vijftien tot twintig graden is meestal geschikt.
Sommige zaden kiemen onregelmatig en profiteren van een korte koudeperiode. Een zaaibak kan daarvoor enkele weken op een beschutte plaats buiten worden gezet. Daarna wordt de bak warmer en lichter geplaatst. De overgang tussen koelte en zachtere temperaturen kan de kiemrust doorbreken.
Verspeen de zaailingen zodra zij naast de kiemblaadjes enkele echte bladeren hebben gevormd. Pak de plantjes aan het blad vast en niet aan de kwetsbare stengel. Laat ze geleidelijk wennen aan buitenlicht, wind en lagere nachttemperaturen. De eerste bloei verschijnt meestal in het tweede groeiseizoen, al kunnen krachtige zaailingen eerder bloeien.