Hoewel de boerenjasmijn bekend staat als een zeer winterharde struik die de Nederlandse winters over het algemeen goed doorstaat, is een goede voorbereiding op het koude seizoen toch van belang. Extreme vorstperiodes of aanhoudende koude wind kunnen immers ook bij robuuste soorten voor schade zorgen aan de jongere takken of de wortels. Door in de late herfst de juiste voorzorgsmaatregelen te treffen, zorg je ervoor dat de plant in alle rust zijn winterstop kan doormaken zonder onnodige energie te verliezen. Het doel van succesvol overwinteren is een krachtige herstart in de lente, waarbij de plant direct over voldoende reserves beschikt om uit te lopen.

De voorbereiding op de winter begint eigenlijk al in de nazomer door te stoppen met het geven van stikstofrijke meststoffen die nieuwe, zachte groei stimuleren. Deze jonge scheuten hebben namelijk niet genoeg tijd om te verhouten voordat de eerste nachtvorst intreedt, waardoor ze zeer gevoelig zijn voor bevriezing. Het is beter om de plant natuurlijk te laten afrijpen en zijn sapstroom te laten zakken naar de dikkere takken en het wortelstelsel. Het verwijderen van afgevallen blad rondom de voet van de plant kan helpen om schimmels die in het dode materiaal overwinteren geen kans te geven. Een opgeruimde standplaats vermindert de infectiedruk voor het volgende groeiseizoen aanzienlijk en ziet er bovendien netter uit tijdens de kale wintermaanden.

Voor jonge exemplaren of planten die in potten staan, is extra bescherming van de wortelkluit tijdens strenge vorst absoluut aan te raden. Een dikke laag mulch, bestaande uit stro, bladeren of boomschors, werkt als een isolerende deken die voorkomt dat de grond te diep bevriest. Potplanten kunnen het beste tijdelijk op een beschutte plek worden gezet, bijvoorbeeld tegen een zuidmuur of onder een afdak, om uitdrogende oostenwind te vermijden. Het inpakken van potten met noppenfolie is een effectieve methode om de wortels te beschermen, zolang de bovenkant van de grond maar kan blijven ademen. Let er wel op dat planten in potten ook in de winter niet volledig mogen uitdrogen, dus geef op vorstvrije dagen een kleine hoeveelheid water.

In de volle grond is de boerenjasmijn na een paar jaar goed gesetteld en heeft hij zelden extra bescherming nodig voor zijn bovengrondse delen. Mocht er echter een uitzonderlijk strenge winter worden voorspeld met temperaturen ver onder de min vijftien graden, dan kan een vliesdoek tijdelijk uitkomst bieden. Dit doek beschermt de struik tegen de snijdende wind die meer schade kan aanrichten dan de kou zelf door de takken letterlijk uit te drogen. Zodra de temperatuur weer boven het vriespunt komt, moet het doek direct worden verwijderd om condensvorming en daaropvolgende schimmelgroei te voorkomen. De natuurlijke rustperiode van de plant moet zo min mogelijk worden verstoord om het biologische ritme niet in de war te brengen.

Naarmate de winter ten einde loopt en de eerste zonnestralen de grond weer opwarmen, is het tijd om de schade op te nemen en de plant voor te bereiden op de lente. Soms vertonen de toppen van de takken wat vorstschade in de vorm van bruine, ingedroogde uiteinden die niet meer uitlopen. Deze kunnen in het vroege voorjaar eenvoudig worden weggeknipt tot op het gezonde, groene hout om de groei van nieuwe zijscheuten te stimuleren. Een vroege controle van de bodemgesteldheid na het ontdooien helpt om te bepalen of er extra water nodig is na een droge, schrale winter. Met deze minimale maar gerichte aandacht komt de boerenjasmijn elk jaar weer sterker uit de winterperiode tevoorschijn, klaar voor een nieuw seizoen vol geur en kleur.