Een goede start bepaalt in hoge mate hoe krachtig de Chileense jasmijn zich later ontwikkelt. De wortels moeten snel contact kunnen maken met een luchtige bodem, terwijl de jonge scheuten direct ondersteuning nodig hebben. Ook bij vermeerdering zijn warmte, hygiëne en een gelijkmatige vochtigheid doorslaggevend. Met zorgvuldig plantmateriaal en een rustige werkwijze kun je sterke nieuwe planten opkweken.

Het geschikte plantmoment en de voorbereiding

Het voorjaar is meestal de beste periode om een Chileense jasmijn te planten of te verpotten. Wacht buiten tot de kans op stevige nachtvorst grotendeels voorbij is en de bodem begint op te warmen. De plant krijgt dan een volledig groeiseizoen om nieuwe wortels te vormen. Aanplant in de late herfst vergroot het risico op wortelschade door koude en overtollig vocht.

Zet een gekochte plant niet onmiddellijk vanuit een warme kas in felle zon. Laat hem gedurende ongeveer een week wennen aan buitenlucht, lagere nachttemperaturen en direct licht. Begin op een beschutte plaats en verleng de tijd in de zon geleidelijk. Dit voorkomt verbranding en een plotselinge groeistilstand.

Maak voor het planten de kluit goed vochtig, maar laat hem niet langdurig in water staan. Een droge kluit neemt na het planten vaak moeilijk vocht op. Controleer tegelijkertijd of de wortels licht van kleur en stevig zijn. Zwarte, slijmerige of onaangenaam ruikende wortels moeten voorzichtig worden verwijderd.

Bereid de klimsteun voor voordat de plant in de grond wordt gezet. Achteraf geplaatste palen kunnen gemakkelijk door de wortelkluit heen steken. Houd voldoende ruimte tussen de plant en een warme muur, zodat lucht kan circuleren. Een afstand van enkele tientallen centimeters maakt water geven en onderhoud bovendien eenvoudiger.

Planten in de volle grond of in een pot

Graaf in de volle grond een plantgat dat ruimer is dan de wortelkluit, maar niet onnodig diep. De bovenzijde van de kluit moet ongeveer gelijk komen met het omringende bodemniveau. Te diep planten vermindert de zuurstoftoevoer rond de wortelhals. Op natte grond kun je de plant beter iets verhoogd neerzetten.

Maak de uitgegraven grond los en meng hem met rijpe compost wanneer de bodem arm is. Gebruik geen geconcentreerde kunstmest rechtstreeks in het plantgat, want die kan jonge wortels beschadigen. Vul de ruimte rond de kluit laag voor laag op en druk de aarde licht aan. Geef daarna ruim water om luchtzakken te sluiten.

Voor potteelt kies je een stabiele pot met meerdere afvoeropeningen. Een brede basis voorkomt dat een hoge klimplant bij wind omvalt. Leg geen dikke, afgesloten laag fijn materiaal onder in de pot, omdat die de afvoer juist kan vertragen. Een stuk gaas of een potscherf boven het gat voorkomt dat substraat wegspoelt.

Plant de kluit op dezelfde hoogte als waarop hij eerder stond. Vul de pot met luchtig substraat en laat bovenaan enkele centimeters gietruimte vrij. Geef langzaam water totdat het onder uit de pot loopt. Zet de plant daarna enkele dagen op een beschutte, lichte plek zodat de wortels zich kunnen herstellen.

Vermeerderen met stekken

Stekken is doorgaans de meest praktische methode om de Chileense jasmijn vegetatief te vermeerderen. Gebruik in het voorjaar of de vroege zomer jonge scheuten die al enigszins stevig zijn geworden. Een stek van ongeveer acht tot twaalf centimeter is meestal voldoende. Snijd altijd net onder een bladknoop met een schoon en scherp mes.

Verwijder de onderste bladeren zodat geen bladoppervlak in het substraat terechtkomt. Grote bovenste bladeren kun je gedeeltelijk inkorten om verdamping te beperken. Laat minimaal één of twee gezonde bladparen zitten voor fotosynthese. Melksap dat uit de snede komt, kun je voorzichtig afspoelen of laten opdrogen.

Steek de stek in een mengsel van fijne stekgrond en perliet of scherp zand. Het substraat moet vochtig zijn, maar mag niet druipnat worden. Een transparante kap of plastic zak verhoogt de luchtvochtigheid rond het blad. Zorg wel dagelijks voor korte ventilatie om schimmelgroei te voorkomen.

Plaats de stekken warm en helder, maar buiten direct middagzonlicht. Een bodemtemperatuur van ongeveer twintig tot vijfentwintig graden bevordert de wortelvorming. Trek niet voortdurend aan de stek om te controleren of hij vastzit. Nieuwe bladgroei is doorgaans een betrouwbaarder teken dat de beworteling is begonnen.

Vermeerderen door afleggen en nazorg

Afleggen is bijzonder geschikt wanneer een lange, flexibele scheut dicht bij de grond kan worden gebracht. Kies een gezond deel van de rank en verwijder daar enkele bladeren. Beschadig de bast heel licht aan de onderzijde om wortelvorming te stimuleren. Buig het behandelde deel vervolgens in een pot met luchtig substraat.

Zet de scheut vast met een metalen haak of een gebogen stuk draad. Bedek het contactpunt met aarde, terwijl de top van de rank boven de grond blijft. Houd het substraat gelijkmatig vochtig gedurende de bewortelingsperiode. De scheut blijft ondertussen voeding ontvangen van de moederplant.

Na enkele weken of maanden kunnen op het bedekte deel nieuwe wortels ontstaan. Controleer dit voorzichtig door een kleine hoeveelheid substraat opzij te schuiven. Scheid de nieuwe plant pas wanneer een duidelijk wortelstelsel zichtbaar is. Knip de verbinding door met schoon gereedschap en behandel de jonge plant voorzichtig.

Pas vermeerderde planten hebben nog geen grote voedingsbehoefte. Wacht met bemesten totdat duidelijke, zelfstandige groei zichtbaar wordt. Geef aanvankelijk een zeer verdunde voeding om zoutschade aan jonge wortels te voorkomen. Bouw licht, voeding en water geleidelijk op naarmate de plant sterker wordt.