Het succesvol aanplanten van de amandelboom vormt de basis voor een gezonde ontwikkeling en een uitbundige bloei in de toekomst. Je moet bij de start al goed nadenken over de uiteindelijke omvang van de struik en de behoeften van het wortelstelsel. De beste periode voor de aanplant is het najaar of het vroege voorjaar, wanneer de plant in rust is en de grond voldoende vochtig. Door deze richtlijnen te volgen, geef je de jonge plant de best mogelijke kans om diep te wortelen voor de eerste zomer.
Voordat je begint met graven, is het essentieel om de gekozen plek grondig voor te bereiden en onkruidvrij te maken. Het plantgat moet minstens twee keer zo breed en diep zijn als de kluit van de jonge amandelboom die je gaat poten. Meng de uitgegraven grond met hoogwaardige compost of een speciale bodemverbeteraar voor struiken om de start te vergemakkelijken. Een goede voorbereiding van de bodem zorgt ervoor dat de wortels gemakkelijk hun weg kunnen vinden in de omliggende aarde.
Bij het daadwerkelijke planten moet je erop letten dat de plant op precies dezelfde diepte komt te staan als in de pot. Te diep planten kan leiden tot stamrot, terwijl te ondiep planten de wortels kan doen uitdrogen door de wind. Nadat je de kluit in het gat hebt geplaatst, vul je het gat voorzichtig aan met de verbeterde aarde en druk je deze licht aan. Geef direct na het planten ruim water om de aarde goed rond de wortels te laten aansluiten en luchtbellen te verwijderen.
De eerste weken na de aanplant zijn cruciaal voor het aanslaan van de struik op zijn nieuwe definitieve plek. Je moet de vochtigheid van de bodem nauwlettend in de gaten houden, vooral als het een droge periode is na het planten. Een steunpaal kan nodig zijn als de amandelboom op een winderige locatie staat om te voorkomen dat hij scheefwaait. Door deze extra zorg in het begin te bieden, bevorder je een snelle en ongestoorde groei van je nieuwe aanwinst.
Locatiekeuze en omgevingsfactoren
De keuze van de juiste standplaats is misschien wel de belangrijkste beslissing die je neemt bij de aanplant van deze struik. De amandelboom houdt van een plek in de volle zon waar hij gedurende de dag veel direct licht ontvangt. Zonlicht is namelijk de drijvende kracht achter de energieproductie die nodig is voor de spectaculaire roze bloeiwijze. Een plek in de schaduw zal resulteren in een ijle groei en een teleurstellende hoeveelheid bloemen in de lente.
Meer artikelen over dit onderwerp
Daarnaast is de bescherming tegen harde wind een factor die de overlevingskansen van de jonge struik aanzienlijk vergroot. Een beschutte hoek bij een schutting of een muur biedt vaak het microklimaat dat de plant nodig heeft om optimaal te presteren. De warmte die een muur uitstraalt kan ook helpen om de bloei in het vroege voorjaar net dat beetje extra te geven. Let er echter wel op dat de grond bij een muur vaak droger is en extra irrigatie kan vereisen.
Bodemstructuur en waterhuishouding moeten perfect op elkaar zijn afgestemd op de gekozen locatie in je tuin. Zoals eerder vermeld, is een goede drainage van levensbelang om te voorkomen dat de wortels in het water blijven staan. Als je tuin een zware bodem heeft, kun je overwegen om de amandelboom op een kleine verhoging of heuvel te planten. Dit zorgt ervoor dat overtollig regenwater sneller wordt afgevoerd naar de lagere delen van de tuin.
Houd bij het kiezen van de plek ook rekening met de nabijheid van andere planten en de beschikbare groeiruimte. De amandelboom heeft ruimte nodig om zijn takken uit te spreiden en een natuurlijke, ronde vorm aan te nemen over de jaren. Te krappe beplanting leidt tot een gebrek aan licht en luchtcirculatie, wat de kans op schimmelziektes in de hand werkt. Geef de plant de ruimte die hij verdient, zodat hij als solitair object volledig tot zijn recht kan komen.
Vermeerdering door middel van stekken
Het vermeerderen van de amandelboom via stekken is een uitstekende manier om je tuinbestand uit te breiden zonder kosten. De meest succesvolle methode is het nemen van halfverhoute stekken in de loop van de zomer wanneer de struik volop in groei is. Je kiest hiervoor gezonde, jonge scheuten die aan de basis al een beetje stevigheid beginnen te vertonen maar aan de top nog buigzaam zijn. Gebruik altijd een vlijmscherp mesje om een schone snede te maken en de weefsels van de plant niet te beschadigen.
Meer artikelen over dit onderwerp
De stekken moeten ongeveer tien tot vijftien centimeter lang zijn en je verwijdert de onderste bladeren om verdamping te beperken. Dompel het onderste gedeelte van de stek in stekpoeder om de wortelvorming te stimuleren en infecties aan de snijwond te voorkomen. Plaats de stekken vervolgens in een potje met een mengsel van zaaigrond en perliet voor een optimale lucht-waterverhouding. Dek de potjes af met een transparante kap of plastic zak om een hoge luchtvochtigheid rond de stekken te creëren.
Tijdens het wortelproces moeten de stekken op een lichte plek staan, maar absoluut uit de directe, felle middagzon om verbranding te voorkomen. Je moet de grond licht vochtig houden maar nooit drijfnat, omdat de onbewortelde stekken anders snel kunnen gaan rotten. Na enkele weken kun je voorzichtig testen of er al weerstand is wanneer je zachtjes aan de stek trekt. Zodra er wortels zijn gevormd, kunnen de jonge plantjes langzaam wennen aan de buitenlucht en de lagere luchtvochtigheid.
Het eerste jaar na het wortelen zijn de jonge amandelboompjes nog erg kwetsbaar en hebben ze extra bescherming nodig tegen extreme weersomstandigheden. Je kunt ze het beste in potten laten doorgroeien totdat ze een stevig wortelgestel hebben ontwikkeld voor de definitieve aanplant. Verpot ze regelmatig naar een iets grotere maat om de groei niet te belemmeren door een gebrek aan ruimte voor de wortels. Met een beetje geduld en zorg heb je binnen een paar jaar een volwaardige nieuwe struik voor je tuin.
Enten als professionele vermeerderingstechniek
Veel van de amandelbomen die je in tuincentra ziet, zijn vermeerderd door middel van enten op een stevige onderstam. Deze techniek combineert de prachtige bloei van de gewenste soort met de sterke groeikracht en ziekteresistentie van een andere soort. Voor de amandelboom wordt vaak een onderstam van een wilde pruim of een andere sterke Prunus-soort gebruikt voor het beste resultaat. Het enten gebeurt meestal in de winter of het vroege voorjaar wanneer de sapstroom nog minimaal is of net op gang komt.
De meest gebruikte methode is de copulatie-ent of de spleetent, waarbij de diameter van de ent en de onderstam goed op elkaar moeten aansluiten. Het is van cruciaal belang dat de cambiumlagen van beide delen direct contact maken zodat de sapstroom kan worden doorgegeven. Je zet de verbinding stevig vast met speciaal entelastiek of bast om verschuivingen tijdens het groeiproces te voorkomen. Daarna smeer je de wond in met entwas om uitdroging en het binnendringen van ziektes via de snijwonden te beletten.
Na het enten moeten de planten in een gecontroleerde omgeving worden geplaatst waar de temperatuur niet te veel schommelt. Je zult zien dat de knoppen op de ent na verloop van tijd beginnen uit te lopen als de verbinding succesvol is geslaagd. Verwijder alle scheuten die vanuit de onderstam groeien, omdat deze de energie van de gewenste ent zullen wegzuigen. Het vakkundig enten vraagt om enige oefening, maar het biedt de mogelijkheid om zeer uniforme en sterke planten te produceren.
Wanneer de entverbinding volledig is vergroeid en de nieuwe scheut krachtig groeit, kan de boom langzaam worden voorbereid op de tuin. Het is belangrijk om de ondersteunende materialen zoals het elastiek tijdig te verwijderen voordat ze in de dikker wordende stam gaan snijden. De eerste jaren blijft de plek waar de ent zit een zwak punt dat extra bescherming nodig heeft tegen mechanische schade. Een geënte amandelboom op stam is een prachtig sieraad dat door zijn hoogte een unieke dimensie aan je tuinontwerp toevoegt.