Het succesvol planten van de steppenkaars vereist een zorgvuldige voorbereiding en een goed begrip van de unieke wortelstructuur van deze plant. De wortelstokken zien eruit als grote, vlezige zeesterren met lange uitlopers die zeer broos kunnen zijn. Het is van cruciaal belang om deze wortels met de grootste voorzichtigheid te behandelen tijdens het hele proces. Een goede start bij het aanplanten is de halve winst als je wilt genieten van de indrukwekkende bloemtoortsen in je tuin.
De ideale timing en locatiekeuze
De beste tijd om deze planten aan te schaffen en in de grond te zetten is het vroege najaar, rond september of oktober. Op dit moment zijn de wortels in rust, maar de bodem is nog warm genoeg voor een eerste voorzichtige vestiging. Door in het najaar te planten, geef je de plant de kans om zich voor te bereiden op de groeispurt in het voorjaar. Wacht niet tot de grond bevroren is, want dan kunnen de wortels zich niet meer goed settelen.
Bij het kiezen van de locatie moet je rekening houden met de uiteindelijke hoogte en breedte van de plant. Zoek een plek die volledig in de zon ligt en waar de plant niet wordt gehinderd door overhangende takken van bomen. De bodem moet diep genoeg zijn om de wortelstructuur te huisvesten zonder dat de wortels op een ondoordringbare laag stuiten. Een goede luchtcirculatie is ook een factor die je niet mag vergeten bij de keuze van de definitieve standplaats.
Bereid het plantgat ruim van tevoren voor door de grond diep los te maken en eventuele storende lagen te breken. Omdat de wortels zich horizontaal verspreiden, is een breed plantgat belangrijker dan een extreem diep gat. Je kunt wat extra kalk toevoegen aan de bodem als je weet dat je grond aan de zure kant is. Een goed voorbereide plek zorgt ervoor dat de plant zich vanaf de eerste dag thuis voelt.
Denk ook aan de esthetische plaatsing in je borderontwerp voordat je begint met graven. De steppenkaars werkt het beste als middelpunt of als achtergrondplant vanwege zijn enorme omvang. Houd rekening met de kleuren van de omringende planten om een harmonieus geheel te creëren tijdens de bloeiperiode. Een goed gekozen plek zorgt ervoor dat de plant jarenlang kan blijven staan zonder dat verplanten nodig is.
Meer artikelen over dit onderwerp
De techniek van het aanplanten
Het feitelijke planten begint met het graven van een ondiep maar zeer breed gat dat de wortels volledig kan herbergen. Maak in het midden van dit gat een kleine verhoging of heuvel van zandige aarde. Plaats de wortelstok bovenop deze heuvel, zodat de vlezige uitlopers gelijkmatig naar beneden en naar buiten wijzen. Dit bootst de natuurlijke positie na en voorkomt dat er luchtbellen onder de centrale kroon ontstaan.
De diepte is bij deze plant van essentieel belang voor een gezonde ontwikkeling en bloei. De centrale knop, ook wel de neus genoemd, mag slechts drie tot vijf centimeter onder het grondoppervlak komen te liggen. Als je de plant te diep begraaft, kan de kroon gaan rotten door overmatig vocht in de winter. Te ondiep planten maakt de plant echter weer kwetsbaar voor uitdroging en schade door strenge vorst.
Vul het gat voorzichtig op met de verbeterde tuingrond en zorg dat je de breekbare wortels niet beschadigt. Druk de aarde niet te hard aan met je voeten, maar gebruik je handen om de grond rond de wortels te verstevigen. Geef direct na het planten een kleine hoeveelheid water om de grond tussen de worteluitlopers te laten zakken. Dit eerste contact tussen de wortels en de bodem is essentieel voor een goede start.
Markeer de plek waar je hebt geplant met een klein stokje of een label om te voorkomen dat je er later per ongeluk op stapt. Omdat de plant in de winter bovengronds niet zichtbaar is, vergeet je snel waar de gevoelige wortels liggen. Een markering voorkomt ook dat je tijdens andere tuinwerkzaamheden met een spade de wortelstok beschadigt. Het is een kleine moeite die veel frustratie en schade in de toekomst kan voorkomen.
Meer artikelen over dit onderwerp
Vermeerderen door middel van deling
De meest gangbare en effectieve manier om de steppenkaars te vermeerderen is door de volwassen pollen te delen. Dit proces wordt meestal om de vijf tot zes jaar uitgevoerd, wanneer de plant te groot is geworden of de bloei begint af te nemen. De beste tijd voor deze ingreep is de nazomer, nadat het loof volledig is afgestorven en de plant in rust is. Je moet zeer methodisch te werk gaan om de complexe wortelstructuur zo min mogelijk te beschadigen.
Graaf de hele kluit voorzichtig uit met een ruime marge rondom de plant om alle worteluitlopers te sparen. Gebruik een riek in plaats van een spade om de kans op het doorsnijden van de vlezige wortels te verkleinen. Schud de aarde voorzichtig van de wortels af totdat je de afzonderlijke groeipunten duidelijk kunt zien. Je zult merken dat een oude pol vaak uit meerdere samengevoegde kronen bestaat die elk een eigen wortelsysteem hebben.
Splits de kronen voorzichtig uit elkaar met je handen of een scherp, gedesinfecteerd mes indien nodig. Elke nieuwe eenheid moet minstens één gezonde groeipunt en een voldoende aantal worteluitlopers hebben om te overleven. Behandel de snijvlakken eventueel met wat houtskoolpoeder om infecties en rotting te voorkomen. Het is belangrijk dat de nieuwe planten niet te lang boven de grond blijven liggen en snel weer worden uitgeplant.
Plant de verkregen delen direct uit op hun nieuwe locaties volgens de eerder beschreven plantmethode. Geef ze voldoende ruimte om uit te groeien, want ze zullen de komende jaren weer flink in omvang toenemen. Hoewel ze het eerste jaar na deling misschien niet direct bloeien, zullen ze daarna extra vitaal terugkomen. Vermeerderen door deling is de snelste manier om een grotere collectie van deze prachtige planten op te bouwen.
Opkweken vanuit zaden
Het vermeerderen van de steppenkaars uit zaad is een project voor de geduldige tuinier, aangezien het enkele jaren duurt voor de eerste bloei. De zaden kunnen in de nazomer worden geoogst zodra de zaaddozen op de uitgebloeide stelen bruin en droog zijn. Het is raadzaam om de zaden direct na het oogsten te zaaien, omdat hun kiemkracht relatief kort is. Gebruik een goed doorlatend zaaimengsel en zaai de zaden in potten of een speciaal kweekbed.
De zaden hebben vaak een koudeperiode nodig om de kiemrust te doorbreken, wat we stratificatie noemen. Dit betekent dat ze de natuurlijke winterse temperaturen moeten ervaren voordat ze in het voorjaar kunnen ontkiemen. Plaats de zaaibakken op een beschutte plek buiten waar ze wel de kou meekrijgen, maar beschermd zijn tegen hevige regen. Het kiemproces kan onregelmatig verlopen, dus gooi de potten niet te snel weg als er niets lijkt te gebeuren.
Zodra de zaailingen verschijnen, zien ze eruit als kleine grasachtige sprietjes die erg kwetsbaar zijn. Laat de jonge plantjes het eerste jaar ongestoord groeien in hun pot of kweekbed zodat ze een kleine wortelstok kunnen vormen. Geef ze regelmatig water, maar zorg dat ze nooit in het water blijven staan om rotting te voorkomen. Na het eerste groeiseizoen gaan ook de zaailingen in rust en sterven ze bovengronds tijdelijk af.
In het tweede of derde jaar kun je de kleine wortelstokken voorzichtig verplanten naar hun definitieve plek in de volle grond. Houd er rekening mee dat het gemiddeld vier tot zes jaar kan duren voordat een uit zaad opgekweekte plant groot genoeg is om te bloeien. Het mooie van deze methode is dat er soms lichte variaties in kleur of vorm kunnen optreden bij de nieuwe planten. Voor de geduldige liefhebber is dit een van de meest lonende manieren van tuinieren.