Het planten van het Kaukasisch vetkruid is een relatief eenvoudig proces dat zelfs voor beginnende tuiniers weinig problemen zal opleveren. Dankzij de sterke overlevingsdrang van deze plant wortelt hij snel in de meeste grondsoorten, mits deze niet te nat blijven. Het is de ideale keuze voor het opvullen van kale plekken in de tuin of het creëren van een onderhoudsvriendelijke bodembedekking. In dit hoofdstuk leggen we uit hoe je het beste resultaat behaalt bij het aanplanten en vermeerderen.

De beste tijd om te beginnen met aanplanten is in het voorjaar of in het vroege najaar wanneer de temperaturen mild zijn. Op deze momenten kan de plant zijn wortelstelsel vestigen voordat de extreme hitte van de zomer of de kou van de winter aanbreekt. Kies een locatie die minstens enkele uren direct zonlicht per dag ontvangt voor een optimale bladkleur. Vermijd plekken in de tuin waar na een regenbui langdurig plassen blijven staan, omdat dit schadelijk is voor de wortels.

Een stapsgewijze handleiding begint met het goed voorbereiden van de grond door deze lichtjes los te maken en eventueel wat zand doorheen te mengen. Graaf een gat dat net iets groter is dan de kluit van de plant die je uit de pot haalt. Plaats de plant op dezelfde diepte als hij in de pot stond en druk de aarde eromheen stevig maar voorzichtig aan. Geef na het planten een beetje water om het contact tussen de wortels en de bodem te bevorderen.

Vermeerderen via stekken is een van de snelste en meest effectieve methoden om meer planten te krijgen voor je tuin. Je kunt simpelweg een gezonde stengel afknippen, de onderste bladeren verwijderen en deze direct in de volle grond of in een potje met stekgrond steken. Binnen enkele weken zullen er nieuwe wortels ontstaan aan de knopen van de stengel die in contact staan met de aarde. Het delen van een volwassen pol is een andere makkelijke manier om je voorraad vetplanten snel te vergroten.

Opkweken vanuit zaden is ook mogelijk, hoewel dit meer geduld en aandacht vereist dan de vegetatieve methoden. De zaden zijn erg klein en moeten op het oppervlak van de zaaigrond worden gestrooid zonder ze volledig te bedekken met aarde. Zorg voor een constante vochtigheid en een warme plek om de kieming te stimuleren, wat meestal binnen veertien dagen gebeurt. Zodra de zaailingen groot genoeg zijn om te hanteren, kunnen ze worden verspeend naar individuele potjes om verder te groeien.