Het succesvol planten van de gevlekte aronskelk begint bij het selecteren van een locatie die de rust van een loofbos uitstraalt. Je moet de knollen op de juiste diepte plaatsen om ervoor te zorgen dat ze niet uitdrogen of bevriezen tijdens de eerste winter. De beste periode voor het aanplanten is het najaar, wanneer de grond nog warm is maar de luchtvochtigheid stijgt. Een goede start is de helft van het werk bij deze karakteristieke en schaduwminnende bosplant.
De voorbereiding van het plantgat Maak voor het planten een ruim gat dat minstens twee keer zo groot is als de knol zelf. De bodem van het plantgat moet goed losgemaakt worden om de wortelgroei direct na het planten te stimuleren. Meng een flinke hoeveelheid goed verteerde bladcompost of oude stalmest door de uitgegraven grond voor extra voeding. Plaats de knol vervolgens op een diepte van ongeveer tien tot vijftien centimeter onder het grondoppervlak.
Vermeerdering door het delen van knollen De meest eenvoudige manier om je bestand uit te breiden is het delen van de ondergrondse knollen tijdens de rustperiode. Wanneer de plant in de zomer volledig is bovengronds is afgestorven, kun je de knollen voorzichtig opgraven. Je zult zien dat er zich kleine dochterknollen hebben gevormd rondom de hoofdknopppen van de moederplant. Deze kleine knolletjes kun je voorzichtig losmaken en direct op een nieuwe, geschikte plek in de tuin uitplanten.
Zaaien voor geduldige tuiniers Vermeerderen via zaad is ook mogelijk, maar dit proces vraagt veel meer geduld van de tuinier dan het delen van knollen. De rode bessen bevatten de zaden die je in de herfst kunt oogsten en direct in een zaaibed kunt zaaien. Houd er rekening mee dat de zaden een koudeperiode nodig hebben om de kiemrust te doorbreken en te kunnen ontkiemen. Het duurt vaak meerdere jaren voordat een uit zaad opgekweekte plant groot genoeg is om voor het eerst te bloeien.
Keuze van de plantlocatie Kies een plek waar de grond van nature koel blijft, zelfs tijdens de warmste dagen van de zomerperiode. Een locatie aan de noordkant van een muur of onder de diepe schaduw van bladverliezende struiken is vaak ideaal. Vermijd plekken waar de grond in de winter erg nat blijft, want dit kan leiden tot rot van de knollen. Een goede afwatering is cruciaal, ondanks de behoefte van de plant aan een constant vochtige omgeving.