Het planten van de keizerskroon vraagt wat meer aandacht dan het planten van kleinere voorjaarsbollen, vooral omdat de grote bol gevoelig is voor beschadiging en stilstaand water. De beste resultaten ontstaan wanneer de bol in het najaar voldoende diep en in een luchtige, goed ontwaterde bodem wordt geplant. Een doordachte plantplaats geeft de wortels nog vóór de winter gelegenheid om zich te ontwikkelen. Ook bij vermeerdering is geduld belangrijk, omdat jonge bollen enkele jaren nodig kunnen hebben voordat ze bloeirijp zijn.
Keizerskroonbollen zijn opvallend groot en hebben vaak een duidelijke opening of holte in het midden. Dit is een natuurlijk gevolg van de oude bloemstengel en hoeft niet op een beschadiging te wijzen. Controleer vóór het planten wel of de bol stevig aanvoelt en geen zachte, slijmerige of sterk verkleurde plekken heeft. Een gezonde bol vormt de beste basis voor een krachtige plant.
De ideale planttijd ligt doorgaans tussen het einde van de zomer en het midden van de herfst. Vroeg planten heeft het voordeel dat de bol nog in relatief warme grond wortels kan vormen. Laat aangekochte bollen daarom niet wekenlang uitdrogen in een verpakking. De keizerskroon heeft geen dikke beschermende bolhuid en verliest sneller vocht dan bijvoorbeeld tulpenbollen.
Omdat de plant jarenlang op dezelfde plek kan blijven staan, is een goede voorbereiding van de bodem de moeite waard. Verbeter compacte grond voordat de bol wordt geplant. Meng rijpe compost door de bovenste bodemlaag en zorg dat overtollig water kan wegzakken. Een structureel natte plek blijft zelfs na oppervlakkige bodemverbetering ongeschikt.
De juiste plantdiepte en plantmethode
Een grote keizerskroonbol wordt aanzienlijk dieper geplant dan veel kleinere bloembollen. Een plantdiepte van ongeveer twintig tot dertig centimeter is voor volwassen bollen doorgaans geschikt, afhankelijk van bodemtype en bolgrootte. Op lichte zandgrond kan iets dieper worden geplant dan op zware klei. Een voldoende diepe standplaats beschermt de bol en geeft de hoge stengel extra stabiliteit.
Meer artikelen over dit onderwerp
Maak het plantgat ruim genoeg om de bol zonder druk of beschadiging te kunnen plaatsen. De wortelbasis moet goed contact met de losse aarde krijgen. Sommige tuiniers plaatsen de bol licht schuin, zodat regenwater minder gemakkelijk in de centrale holte blijft staan. Belangrijker dan de exacte hoek is echter dat de omringende bodem uitstekend draineert.
Op zware grond kan een laag grof zand of fijn grind onder en rond de bol helpen om lokaal de waterafvoer te verbeteren. Dit werkt alleen wanneer het omliggende bodemprofiel eveneens overtollig water kan afvoeren. Een klein drainagekommetje in volledig verdichte klei kan anders juist water verzamelen. Structurele bodemverbetering verdient daarom altijd de voorkeur.
Houd tussen grote bollen ongeveer dertig tot veertig centimeter ruimte wanneer ze individueel tot hun recht moeten komen. Voor een natuurlijker groepsbeeld kunnen de afstanden enigszins variëren. Plant liever in losse groepen dan in een starre rechte rij. De hoge bloemstengels krijgen daardoor een natuurlijker uitstraling in de border.
Vermeerderen door jonge bollen te scheiden
De eenvoudigste manier om keizerskroon te vermeerderen is het scheiden van jonge nevenbollen die zich rond een volwassen moederbol ontwikkelen. Deze methode levert genetisch dezelfde planten op als de oorspronkelijke plant. Wacht bij voorkeur totdat de moederplant enkele jaren ongestoord heeft kunnen groeien. Te vaak opnemen vertraagt de ontwikkeling en kan de bloei verminderen.
Meer artikelen over dit onderwerp
De beste periode voor het scheiden is wanneer het blad volledig is afgestorven en de bol in rust is. Graaf ruim rondom de plant om beschadiging met een schop te voorkomen. Til de bol samen met de omringende grond voorzichtig omhoog en verwijder vervolgens losse aarde met de handen. Kleine nevenbollen kunnen daarna voorzichtig van de moederbol worden gescheiden.
Inspecteer zowel de moederbol als de jonge bollen voordat ze opnieuw worden geplant. Verwijder exemplaren die volledig zacht, rot of zwaar beschadigd zijn. Kleine beschadigingen kunnen enige tijd aan de lucht drogen voordat de bol opnieuw de grond in gaat. Laat gezonde bollen echter niet langdurig uitdrogen.
Jonge bollen worden op een geschikte diepte geplant die in verhouding staat tot hun eigen formaat. Ze hebben vaak enkele groeiseizoenen nodig voordat ze voldoende omvang hebben bereikt om te bloeien. Tijdens die jeugdperiode is bladontwikkeling belangrijker dan bloemen. Behandel ze daarom als volwaardige planten en geef ze voldoende licht en ruimte.
Vermeerderen uit zaad
Keizerskroon kan ook uit zaad worden vermeerderd, maar deze methode is aanzienlijk langzamer. Zaailingen hebben meerdere jaren nodig om een bloeibare bol te vormen. Zaadvermeerdering is vooral interessant voor liefhebbers die grote aantallen planten willen kweken of natuurlijke variatie waarderen. Voor een snelle vermeerdering van een specifieke cultivar zijn nevenbollen praktischer.
Laat voor zaadwinning enkele uitgebloeide bloemen aan de plant zitten. Na succesvolle bestuiving ontwikkelen zich zaaddozen die moeten rijpen totdat het zaad volledig ontwikkeld is. Oogst niet te vroeg, want onrijp zaad kiemt vaak slecht. Bescherm rijpende zaaddozen indien nodig tegen langdurige regen en beschadiging.
Vers zaad kan in een luchtig en goed drainerend zaaimengsel worden gezaaid. De natuurlijke koudeperiode van herfst en winter helpt bij het doorbreken van de kiemrust. Zet zaaibakken daarom op een beschutte plaats buiten of boots de koudeperiode gecontroleerd na. Houd het substraat licht vochtig maar nooit voortdurend doorweekt.
Na kieming vormen de jonge planten aanvankelijk zeer kleine bolletjes. Laat ze meerdere seizoenen rustig groeien en trek het blad niet voortijdig uit. Iedere korte groeiperiode draagt bij aan de opbouw van bolreserves. Geduld is bij deze vermeerderingsmethode letterlijk een onderdeel van de teelttechniek.
Nazorg na planten en vermeerderen
Na het planten hoeft de grond in een normale herfst meestal niet voortdurend te worden bewaterd. Geef wel eenmaal voldoende water wanneer de bodem opvallend droog is, zodat aarde en wortelzone goed aansluiten. Daarna neemt natuurlijke neerslag het meestal over. Bij zware regen is juist controle op waterafvoer belangrijker dan extra beregening.
Markeer nieuw geplante bollen zodat hun positie bekend blijft wanneer bovengrondse groei ontbreekt. Dit voorkomt beschadiging tijdens het planten van andere gewassen of tijdens bodemwerk. Een eenvoudige, onopvallende marker is voldoende. Vooral pas vermeerderde kleine bollen zijn anders gemakkelijk terug te vinden noch te herkennen.
In het eerste voorjaar na verplanten kan de groei iets minder krachtig zijn. Dat betekent niet automatisch dat de bol verkeerd is geplant. Beschadigde wortels moeten zich herstellen en jonge bollen hebben mogelijk nog onvoldoende reserves voor een bloemstengel. Geef de plant tijd voordat je opnieuw ingrijpt.
Wanneer de nieuwe scheuten eenmaal zichtbaar worden, geldt dezelfde verzorging als voor gevestigde keizerskronen. Geef tijdens langdurige droogte water, bemest matig en laat het blad volledig afrijpen. Vermijd voortdurend verplaatsen in de jaren die volgen. Zo kunnen zowel volwassen als jonge bollen hun omvang vergroten en uiteindelijk betrouwbaar bloeien.