Een goede start bepaalt in hoge mate hoe de coloradospar zich gedurende de rest van zijn leven ontwikkelt. Een correct plantgat, een onbeschadigde wortelkluit en een geschikte plantdiepte zijn belangrijker dan grote hoeveelheden mest of speciale toevoegingen. Ook bij vermeerdering is geduld noodzakelijk, omdat zaailingen en stekken zich langzaam tot krachtige jonge bomen ontwikkelen. Door zorgvuldig te werken verklein je de kans op uitval en leg je de basis voor een stabiele, goed gevormde boom.
Het juiste plantmoment en plantmateriaal
De beste plantperioden liggen in het vroege voorjaar en in het najaar. Tijdens deze perioden is de bodem meestal vochtig en zijn de temperaturen gematigd, waardoor de wortels zich kunnen herstellen zonder sterke verdamping via de naalden. In zeer natte kleigrond verdient voorjaarsplanting vaak de voorkeur. Op goed drainerende grond kan een najaarsplanting juist een lange periode van wortelvorming opleveren.
Kies een boom met een gelijkmatige kroon, een rechte topscheut en gezond gekleurde naalden. De kluit moet stevig zijn en mag niet uitgedroogd ruiken of uit elkaar vallen. Bij planten in pot controleer je of de wortels niet als een dichte spiraal langs de potwand groeien. Sterk rondgedraaide wortels kunnen later de stabiliteit en watervoorziening van de boom beperken.
Een klein, vitaal exemplaar slaat vaak beter aan dan een zeer grote boom. Grote bomen verliezen bij het verplanten relatief veel fijne wortels en hebben daardoor langer intensieve nazorg nodig. Kleinere bomen herstellen sneller en kunnen hun groeiachterstand na enkele jaren volledig inhalen. Beoordeel daarom niet alleen de onmiddellijke uitstraling, maar ook de kans op een gezonde vestiging.
Bewaar de kluit vóór het planten koel, vochtig en uit direct zonlicht. Laat een boom met blote wortels nooit onbeschermd in wind of zon liggen. Ook een kluit in jute kan bij warm weer verrassend snel uitdrogen. Plant het materiaal zo spoedig mogelijk nadat het op de definitieve plaats is aangekomen.
Meer artikelen over dit onderwerp
Het plantgat voorbereiden
Graaf een plantgat dat minstens anderhalf tot twee keer zo breed is als de wortelkluit. De diepte moet ongeveer overeenkomen met de hoogte van de kluit, zodat de wortelhals na het planten op maaiveldniveau blijft. Een te diep geplante boom krijgt gemakkelijk zuurstofgebrek rond de stamvoet. Ook kan vocht zich ophopen tegen schorsweefsel dat niet bedoeld is om voortdurend onder de grond te staan.
Maak de bodem van het plantgat niet los tot een zachte kuil waarin de kluit later kan wegzakken. De ondergrond moet stevig genoeg zijn om de boom op de juiste hoogte te houden. Maak vooral de zijkanten van het plantgat ruw, zeker wanneer de grond zwaar of kleihoudend is. Gladde wanden kunnen als een barrière werken en de wortels dwingen in het plantgat rond te groeien.
Meng de uitgegraven grond met een beperkte hoeveelheid rijpe compost wanneer de bodem arm aan organisch materiaal is. Gebruik geen verse stalmest, geconcentreerde kunstmest of grote hoeveelheden potgrond direct rond de wortels. Zulke materialen kunnen zoutschade veroorzaken of een kunstmatig rijke zone vormen. De boom moet juist worden aangemoedigd om snel in de omringende tuingrond te wortelen.
Bij slecht drainerende grond moet niet alleen het plantgat, maar een groter oppervlak worden verbeterd. Een laag grind onder in het gat lost drainageproblemen meestal niet op en kan zelfs een met water gevulde kuip creëren. Plant de boom eventueel iets verhoogd op een brede, geleidelijke heuvel. Zo blijft de wortelhals droog terwijl de wortels zich in een groter bodemvolume kunnen verspreiden.
Meer artikelen over dit onderwerp
Correct planten en nazorg
Verwijder de pot voorzichtig en houd de kluit zo veel mogelijk intact. Bij een draadkluit worden bindmaterialen rond de stam en de bovenzijde van de kluit losgemaakt of verwijderd. Jute van natuurlijk materiaal kan deels blijven zitten, maar mag niet strak rond de stamvoet liggen. Kunststofdoek en niet-afbreekbare materialen moeten volledig uit het plantgat worden gehaald.
Plaats de boom recht en controleer vanuit meerdere richtingen of de stam verticaal staat. Vul het gat geleidelijk met de oorspronkelijke grond en druk deze licht aan met de handen of voeten. Te hard aanstampen vermindert de hoeveelheid lucht in de bodem. Geef tijdens en na het vullen ruim water om luchtzakken rond de wortels te sluiten.
Breng na het planten een brede mulchlaag aan boven de wortelzone. Laat rond de stam een open ruimte vrij, zodat de schors droog en goed zichtbaar blijft. Vorm eventueel tijdelijk een lage gietrand om het water langzaam naar de kluit te leiden. Verwijder deze rand na de vestigingsperiode wanneer hij waterophoping zou kunnen veroorzaken.
Gebruik alleen boompalen wanneer de kluit onvoldoende stabiel is of de standplaats zeer winderig is. Plaats de steun zo dat de kroon nog enigszins kan bewegen, want beperkte beweging stimuleert de ontwikkeling van stevig reactiehout. Controleer de boomband meerdere keren per jaar. Verwijder de steun zodra de wortels de boom zelfstandig op zijn plaats houden.
Vermeerderen met zaad en stekken
Zaadvermeerdering is de meest natuurlijke methode om nieuwe coloradosparren te verkrijgen. Verzamel rijpe kegels voordat ze volledig uiteenvallen en laat ze op een droge, luchtige plaats openen. De zaden hebben doorgaans een koudeperiode nodig om de kiemrust te doorbreken. Meng ze met licht vochtig zand en bewaar ze enkele weken gekoeld voordat je ze zaait.
Zaai de behandelde zaden in een luchtig mengsel van zand en fijne zaaigrond. Bedek ze slechts dun, omdat een te diepe zaai de opkomst vertraagt of verhindert. Houd het substraat gelijkmatig vochtig, maar voorkom dat het voortdurend nat blijft. De kieming kan onregelmatig verlopen, waardoor niet alle zaden tegelijk bovenkomen.
Jonge zaailingen zijn gevoelig voor felle middagzon, uitdroging en schimmelziekten. Zorg voor helder, gefilterd licht en voldoende luchtcirculatie. Geef water van onderaf of voorzichtig langs de rand van de pot, zodat de tere stengels niet voortdurend nat worden. Verspeen de planten zodra ze stevig genoeg zijn en meerdere naaldkransen hebben gevormd.
Vermeerdering door stekken is moeilijker en wordt vooral gebruikt voor geselecteerde cultivars. Neem jonge, half verhoute scheuten met een klein hieltje van ouder hout en behandel de basis eventueel met bewortelingspoeder. Plaats de stekken in een luchtig, steriel substraat bij een hoge luchtvochtigheid en een gematigde bodemtemperatuur. Zelfs onder goede omstandigheden kan beworteling vele maanden duren en blijft het slagingspercentage wisselend.