De zachte bladeren en dichte groei van een cineraria maken de plant gevoelig voor verschillende schimmels en zuigende insecten. Problemen ontstaan vooral wanneer het blad lang nat blijft, de lucht weinig beweegt of de temperatuur te hoog is. Vroege herkenning maakt een eenvoudige en gerichte behandeling mogelijk. Een consequente hygiëne en passende verzorging zijn effectiever dan het herhaald inzetten van zware bestrijdingsmiddelen.
Problemen voorkomen met goede teeltomstandigheden
Controleer een nieuwe plant zorgvuldig voordat zij tussen andere planten wordt gezet. Kijk onder de bladeren, langs jonge scheuten en rond bloemknoppen. Kleine insecten en eitjes blijven op deze plaatsen gemakkelijk verborgen. Houd een verdachte plant enige tijd apart.
Zorg voor voldoende ruimte rond het blad. Een vrije luchtstroom helpt vocht na het watergeven snel verdampen. Zet meerdere cineraria’s niet zo dicht bijeen dat de bladeren elkaar voortdurend raken. Verwijder ook afgevallen bloemen en dode bladeren uit het hart.
Geef bij voorkeur vroeg op de dag water. Eventueel nat geworden blad kan dan voor de avond opdrogen. Koele, vochtige nachten bevorderen de kieming van veel schimmelsporen. Vermijd daarom sproeien over de plant.
Reinig scharen en messen voor en na gebruik. Ziekteverwekkers kunnen via plantensap naar een gezond exemplaar worden overgebracht. Was ook handen wanneer meerdere planten achter elkaar worden gecontroleerd. Gebruik geen potgrond van een zieke plant opnieuw.
Meer artikelen over dit onderwerp
Schimmelziekten en wortelrot
Grauwe schimmel verschijnt vaak als grijsbruin, stoffig schimmelpluis op bloemen en bladeren. De aantasting begint meestal op afgestorven of beschadigd plantenweefsel. Verwijder aangetaste delen onmiddellijk en ruim alle resten op. Verbeter vervolgens de ventilatie en houd het blad droger.
Echte meeldauw vormt een wit, meelachtig laagje op het blad. De ziekte kan optreden bij schommelende luchtvochtigheid en onvoldoende luchtbeweging. Knip sterk aangetaste bladeren weg. Zet de plant lichter en ruimer zonder haar aan hete zon bloot te stellen.
Wortelrot ontstaat meestal door langdurig natte potgrond. De plant verwelkt dan ondanks een vochtige kluit en de wortels worden bruin of slijmerig. Haal de cineraria uit de pot en verwijder aangetast wortelweefsel. Verpot haar in schoon, luchtig substraat wanneer nog voldoende gezonde wortels aanwezig zijn.
Bladvlekken kunnen verschillende oorzaken hebben. Schimmelvlekken worden vaak groter, krijgen een donkere rand en kunnen in elkaar overlopen. Verwijder aangetast blad en voorkom opspattend water. Houd de plant apart wanneer de vlekken zich snel uitbreiden.
Meer artikelen over dit onderwerp
Bladluizen, witte vlieg en trips
Bladluizen verzamelen zich vooral op jonge scheuten en bloemstelen. Zij zuigen plantensap en veroorzaken gekrulde of vervormde groei. Een lichte aantasting kan met een zachte waterstraal of een vochtige doek worden verwijderd. Herhaal de controle meerdere keren, omdat jonge luizen snel verschijnen.
Witte vliegen zitten meestal aan de onderzijde van bladeren. Bij aanraking vliegen kleine witte insecten plotseling op. Gele vangplaten helpen om volwassen exemplaren te signaleren en hun aantal te beperken. Behandel daarnaast de bladonderzijden met een geschikt mild middel.
Tripsen zijn slanke insecten die zilverachtige strepen en kleine zwarte puntjes achterlaten. Bloemen kunnen vlekkerig worden en jonge bladeren groeien vervormd uit. Verwijder zwaar aangetaste bloemen om een deel van de populatie weg te nemen. Isoleer de plant onmiddellijk, omdat trips zich gemakkelijk verspreidt.
Bij zuigende insecten is één behandeling zelden voldoende. Eieren en verborgen larven kunnen de eerste toepassing overleven. Herhaal een passende behandeling volgens de gebruiksaanwijzing van het gekozen product. Controleer tegelijkertijd alle planten in dezelfde ruimte.
Spint en andere verborgen aantastingen
Spintmijten gedijen vooral in warme en droge lucht. De bladeren krijgen fijne gele stippen en verliezen geleidelijk hun frisse kleur. Bij een sterke aantasting zijn dunne spinseldraden zichtbaar. Zet de plant koeler en behandel vooral de onderzijde van het blad.
Verhoog de luchtvochtigheid niet door het gewas voortdurend nat te sproeien. Dit kan schimmelziekten bevorderen zonder de spint volledig te bestrijden. Plaats de pot liever op een ruime schaal met vochtige kleikorrels zonder dat de bodem in water staat. Combineer dit met gerichte verwijdering of bestrijding van de mijten.
Mineervliegen kunnen lichte, kronkelende gangen in het blad veroorzaken. De larven leven beschermd tussen de bovenste en onderste bladlaag. Verwijder aangetaste bladeren voordat volwassen insecten ontstaan. Gooi het materiaal bij het restafval en niet op de compost.
Rouwmuggen komen voor in voortdurend vochtige potgrond. De volwassen mugjes zijn vooral hinderlijk, maar de larven kunnen fijne wortels beschadigen. Laat de bovenlaag iets opdrogen en verminder overtollige watergift. Gele vangplaten en biologische bestrijding kunnen de populatie verder beperken.
Een geïntegreerde bestrijding uitvoeren
Begin altijd met het afzonderen van de aangetaste cineraria. Zo wordt de verspreiding naar andere planten sterk verminderd. Verwijder ernstig beschadigde delen met schoon gereedschap. Behandel daarna alleen wanneer de resterende aantasting dit noodzakelijk maakt.
Een oplossing op basis van zachte zeep kan bij sommige zuigende insecten helpen. Test het middel eerst op één blad om gevoeligheid vast te stellen. Behandel niet in felle zon of bij hoge temperaturen. Spoel resten af wanneer het gebruikte product dit voorschrijft.
Biologische bestrijders kunnen in kassen en serres zeer effectief zijn. Zij vragen echter specifieke temperaturen en mogen niet met ongeschikte insecticiden worden gecombineerd. Kies een natuurlijke vijand die past bij de vastgestelde plaag. Een verkeerde identificatie leidt tot weinig resultaat.
Evalueer na iedere behandeling ook de verzorgingsomstandigheden. Een plaag keert sneller terug wanneer de plant te warm, te donker of te stikstofrijk staat. Gezond, stevig blad is minder aantrekkelijk en herstelt beter. Bestrijding en teeltmaatregelen moeten daarom altijd samen worden toegepast.