Purper leverkruid kan zowel als jonge potplant, als gedeelde wortelkluit of uit zaad worden opgekweekt. De snelste resultaten worden bereikt met een gezonde plant of een krachtig deelstuk, omdat deze vaak al in het eerste of tweede jaar bloeit. Zaadvermeerdering vraagt meer geduld en levert soms planten met kleine onderlinge verschillen op. Een zorgvuldige voorbereiding van de bodem bepaalt in alle gevallen hoe gemakkelijk de nieuwe plant aanslaat.
De plantplaats voorbereiden
Kies een plek met zon of lichte halfschaduw en voldoende ruimte voor de volwassen pol. Houd rekening met een uiteindelijke breedte van ongeveer tachtig centimeter tot ruim een meter. In een gemengde border is het verstandig om de plant achter middelhoge soorten te zetten. Zo kan hij zijn hoogte ontwikkelen zonder kleinere planten volledig te overschaduwen.
Maak de grond over een ruim oppervlak los en beperk de voorbereiding niet tot een smal plantgat. Een brede, doorlatende plantzone stimuleert de wortels om zich buiten de oorspronkelijke potkluit te verspreiden. Verwijder wortelonkruiden zorgvuldig, omdat die later moeilijk tussen de stengels uit te trekken zijn. Meng rijpe compost door de bovenste twintig tot dertig centimeter van de bodem.
Op zware kleigrond moet de structuur vóór het planten worden verbeterd. Gebruik compost, bladaarde en eventueel fijn verteerd organisch materiaal om de grond kruimeliger te maken. Leg geen dikke laag grind direct onder het plantgat, omdat dit water boven die laag kan vasthouden. Het is doeltreffender om een groter bodemvolume gelijkmatig te verbeteren.
Zandgrond vraagt juist om meer humus en een goede mulchlaag. Voeg royaal organisch materiaal toe dat vocht kan vasthouden zonder dicht te slaan. Geef de voorbereide grond water wanneer hij zeer droog is, zodat de wortelkluit na het planten niet in een kurkdroge omgeving terechtkomt. Laat de bodem daarna kort bezakken voordat de plant wordt geplaatst.
Meer artikelen over dit onderwerp
Een potplant correct aanplanten
De beste planttijd ligt in het voorjaar of de vroege herfst. Voorjaarsaanplant geeft de wortels een volledig groeiseizoen om zich te vestigen. Vroege najaarsaanplant is eveneens geschikt zolang de bodem nog warm is en niet volledig verzadigd raakt. Plant liever niet tijdens vorst, extreme hitte of een langdurige droge periode.
Zet de potkluit vóór het planten in een emmer water totdat er nauwelijks nog luchtbelletjes opstijgen. Haal de plant daarna voorzichtig uit de pot en controleer de wortels. Sterk ronddraaiende wortels kunnen voorzichtig worden losgemaakt, zodat ze naar buiten gaan groeien. Snijd alleen dikke, verstikkende wortelcirkels licht in wanneer losmaken niet voldoende is.
Plaats de bovenkant van de kluit ongeveer gelijk met het omliggende bodemniveau. Te diep planten kan het hart van de plant verstikken en de ontwikkeling van nieuwe scheuten vertragen. Te hoog planten laat de kluit sneller uitdrogen. Vul het plantgat aan met de verbeterde grond en druk die stevig maar niet hard aan.
Geef onmiddellijk na het planten ruim water, ook wanneer de bodem licht vochtig lijkt. Het water laat de grond rond de wortels aansluiten en vermindert luchtkamers. Breng daarna een dunne mulchlaag aan, maar houd enkele centimeters afstand van de stengelbasis. Controleer gedurende de eerste maanden regelmatig of de wortelzone niet uitdroogt.
Meer artikelen over dit onderwerp
Vermeerderen door delen
Delen is de betrouwbaarste methode om een volwassen plant te vermeerderen. De nieuwe planten behouden dezelfde eigenschappen als de moederplant en ontwikkelen zich meestal snel. Het vroege voorjaar is het meest geschikte moment, net voordat of kort nadat de jonge scheuten verschijnen. De koele bodem en regelmatige voorjaarsregen beperken de verdamping.
Graaf de volledige pol met een scherpe spade ruim uit. Probeer zoveel mogelijk fijne wortels te behouden en til de kluit voorzichtig uit de grond. Bij grote, zware pollen kan het praktisch zijn om eerst een sleuf rond de plant te graven. Leg de kluit op een stevige ondergrond om hem nauwkeurig te kunnen beoordelen.
Snijd of steek de pol in meerdere stukken met elk enkele gezonde groeipunten en een goede hoeveelheid wortels. Verwijder verouderde, holle of afgestorven delen uit het centrum. Zeer kleine stukjes drogen sneller uit en hebben meer tijd nodig om een sterke plant te vormen. Deelstukken ter grootte van een stevige handpalm slaan doorgaans het gemakkelijkst aan.
Herplant de delen onmiddellijk op dezelfde diepte als de oorspronkelijke plant. Verbeter de nieuwe plantplaatsen vooraf met compost en geef na het planten grondig water. Houd de bodem gedurende de eerste weken gelijkmatig vochtig. Wanneer de scheuten tijdelijk slap worden, kan lichte schaduw tijdens het heetste deel van de dag het herstel ondersteunen.
Opkweek uit zaad en jonge planten
Zaad kan in het najaar direct buiten worden gezaaid, zodat het op natuurlijke wijze een koudeperiode ondergaat. Die koudeprikkel helpt bij het doorbreken van de kiemrust. Zaai dun op een fijn verkruimeld, onkruidvrij zaaibed en bedek de zaden slechts licht. Markeer de plek duidelijk, want de kieming kan onregelmatig en laat zijn.
Bij zaaien in bakken kan een kunstmatige koudebehandeling worden toegepast. Meng de zaden met licht vochtig zand en bewaar ze enkele weken koel. Zaai ze daarna oppervlakkig in een luchtig en schoon zaaimengsel. Houd het substraat vochtig, maar voorkom dat het voortdurend nat en zuurstofarm blijft.
Verspeen de zaailingen zodra ze goed hanteerbaar zijn en meerdere echte bladeren hebben. Pak ze bij een blad vast en niet bij het kwetsbare stengeltje. Zet elke zaailing in een afzonderlijk potje met voedzame, goed doorlatende potgrond. Laat de jonge planten geleidelijk wennen aan zon, wind en lagere nachttemperaturen.
Plant zaailingen pas uit wanneer ze een goed doorwortelde kluit hebben gevormd. Bescherm jonge planten in het begin tegen slakken en concurrentie van snelgroeiend onkruid. De eerste bloei kan één tot drie jaar op zich laten wachten, afhankelijk van de groeikracht en omstandigheden. Geef zaailingen voldoende ruimte, omdat niet elk exemplaar exact dezelfde hoogte en bloemkleur ontwikkelt.