Het succesvol opkweken van de nachtschone begint altijd bij een zorgvuldige planning en de juiste timing in het voorjaar. Omdat deze plant absoluut niet bestand is tegen vorst, mag er pas buiten worden geplant als de ijsheiligen zijn gepasseerd. Dit moment valt meestal halverwege de maand mei, wanneer de kans op nachtvorst nagenoeg nihil is geworden. Een te vroege start in de koude volle grond kan de jonge wortels onherstelbaar beschadigen en de groei permanent remmen.
Voordat de planten daadwerkelijk de grond in gaan, is het belangrijk om de gekozen plantlocatie grondig voor te bereiden. De grond moet diep worden omgespit om eventuele harde lagen te breken en de structuur goed los te maken. Tijdens dit proces kun je direct een ruime hoeveelheid organische mest of compost door de aarde mengen. Dit zorgt voor een vliegende start doordat er meteen voldoende voedingsstoffen beschikbaar zijn voor de jonge planten.
Als je ervoor kiest om vooraf gekochte of zelf opgekweekte jonge planten te poten, moeten deze eerst goed worden afgehard. Dit houdt in dat je de planten gedurende een week overdag buiten zet en ’s nachts weer binnenhaalt. Op deze manier kunnen ze geleidelijk wennen aan de lagere buitentemperaturen, de wind en het directe zonlicht. Dit voorkomt een zogenaamde plantshock, waardoor de groei na het uitplanten direct mooi kan doorlopen.
Het plantgat zelf moet ongeveer twee keer zo groot en diep zijn als de kluit van de jonge plant. Nadat je de plant voorzichtig uit de pot hebt gehaald, plaats je hem op dezelfde diepte in het gat als hij in de pot stond. Vul het gat aan met de losgemaakte aarde en druk de grond rondom de basis stevig maar voorzichtig aan met je handen. Geef direct na het planten een royale hoeveelheid water om het contact tussen de wortels en de grond te optimaliseren.
Het zaaien van zaden voor een rijke bloei
Het vermeerderen van deze plantensoort door middel van zaad is een van de makkelijkste en meest dankbare methoden voor de tuinier. De zaden zijn relatief groot, hard en donker van kleur, waardoor ze heel gemakkelijk te hanteren en te zaaien zijn. Je kunt er voor kiezen om vanaf maart binnenshuis voor te zaaien in kleine potjes met speciale zaaigrond. Dit geeft de planten een flinke voorsprong, waardoor ze later in de zomer sneller en rijker zullen gaan bloeien.
Meer artikelen over dit onderwerp
Bij het binnenshuis zaaien druk je de zaden ongeveer één centimeter diep in de vochtige grond en dek je ze lichtjes af. Plaats de potjes op een warme en lichte vensterbank, want een constante temperatuur van rond de twintig graden is ideaal voor de ontkieming. Het is belangrijk om de grond constant licht vochtig te houden, maar absoluut niet kletsnat te maken om schimmelvorming te voorkomen. Binnen een tot twee weken zullen de eerste groene kiemblaadjes trots boven de grond verschijnen.
Als je liever direct in de volle grond zaait, moet je wachten tot de bodem in mei voldoende is opgewarmd door de zon. Maak een klein geultje of zaai de zaden in groepjes op de gewenste plekken in de border. Houd hierbij een onderlinge afstand aan van minimaal dertig tot veertig centimeter, aangezien de planten behoorlijk breed worden. Direct zaaien in de tuin is heel eenvoudig, maar de bloei zal logischerwijs iets later op gang komen dan bij voorzaaien.
De nachtschone staat erom bekend dat ze zichzelf onder gunstige omstandigheden heel gemakkelijk kan uitzaaien in de tuin. De volgroeide zaden vallen in de herfst op de grond en overwinteren daar zonder problemen in de bovenste grondlaag. In de daaropvolgende lente komen er dan spontaan overal jonge zaailingen tevoorschijn die je kunt laten staan of verplaatsen. Dit natuurlijke proces zorgt ervoor dat je elk jaar opnieuw kunt genieten van deze prachtige bloemen zonder extra werk.
Vermeerdering door het delen van volwassen knollen
Naast zaaien is het delen van de ondergrondse knollen een uitstekende og betrouwbare methode om de plant succesvol te vermeerderen. Deze vegetatieve manier van vermeerderen garandeert dat de nieuwe planten exact dezelfde eigenschappen en bloemkleur krijgen als de moederplant. Het delen van de knollen gebeurt bij voorkeur in het vroege voorjaar, net voordat de plant aan haar nieuwe groeicyclus begint. Dit is het ideale moment omdat de knollen dan nog in rust zijn en minder stress ervaren.
Meer artikelen over dit onderwerp
Om te beginnen graaf je de volwassen knol in de herfst op voordat de zware vorst invalt en bewaar je deze op een koele plek. In het voorjaar haal je de knol tevoorschijn en inspecteer je deze grondig op eventuele beschadigingen of rotte plekken. Gebruik een scherp en gedesinfecteerd mes om de grote knol in meerdere stukken te snijden. Het is van cruciaal belang dat elk los onderdeel minstens één duidelijk zichtbaar groeipunt of ‘oog’ bevat.
Laat de snijwonden van de gedeelde knollen na het snijden een paar dagen drogen op een luchtige plek om infecties te voorkomen. Je kunt die snijvlakken eventueel bestuiven met wat houtskoolpoeder om het risico op schimmelziekten nog verder te minimaliseren. Zodra de wonden goed zijn ingedroogd en kurkachtig aanvoelen, zijn de nieuwe knolsegmenten klaar om te worden geplant. Je kunt ze tijdelijk oppotten in een kas of direct in de volle grond planten als het weer het toelaat.
Plant de losse knolstukken op een diepte van ongeveer vijf tot tien centimeter in de goed losgemaakte en bemeste tuingrond. Zorg ervoor dat het groeipunt netjes naar boven wijst, zodat de nieuwe scheut gemakkelijk de weg naar het oppervlak kan vinden. Geef na het planten matig water, want een te natte bodem kan bij net gedeelde knollen snel tot rot leiden. Binnen een paar weken zullen de eerste krachtige scheuten zich een weg door de aarde banen.
Stekken als alternatieve vermeerderingsmethode
Hoewel zaaien en delen de meest gebruikte methoden zijn, kun je de nachtschone ook prima vermeerderen door middel van stengelstekken. Deze methode is vooral handig in de vroege zomer, wanneer de plant volop in de groei is en over krachtige, gezonde stengels beschikt. Het nemen van stekken stelt je in staat om snel een flink aantal identieke back-upplanten te creëren voor je tuinverzameling. Het is een leuke en leerzame techniek die verrassend hoge succespercentages kent bij deze specifieke plantensoort.
Kies voor het nemen van de stekken een gezonde, niet-bloeiende stengel uit die stevig aanvoelt maar nog wel flexibel is. Snijd met een schoon mes een stuk stengel af van ongeveer tien tot vijftien centimeter lang, net onder een bladknoop. Verwijder vervolgens voorzichtig de onderste bladeren van de stek, zodat er alleen aan de top nog een paar blaadjes overblijven. Dit vermindert de verdamping van vocht, wat essentieel is voor het overleven van de stek zonder wortels.
Je kunt de basis van de stengelstek eventueel in wat stekpoeder dopen om de wortelontwikkeling extra te stimuleren en te versnellen. Steek de stekken daarna in een potje gevuld met een mengsel van fijne potgrond en perliet voor een optimale drainage. Druk de grond rondom het stengeltje lichtjes aan en bevochtig het geheel met een fijne plantenspuit. Plaats een doorzichtig plastic zakje over het potje om een minikas-effect te creëren dat de luchtvochtigheid hoog houdt.
Zet de potjes op een warme plek met veel indirect zonlicht, maar vermijd de felle middagzon die de stekken kan verbranden. Haal het plastic zakje er regelmatig even af om te luchten en schimmelvorming door stilstaande, vochtige lucht te voorkomen. Na ongeveer drie tot vier weken zullen de eerste worteltjes zich hebben gevormd, wat te merken is aan de nieuwe bladgroei aan de top. De jonge stekplantjes kunnen daarna voorzichtig worden overgepot naar grotere potten om verder aan te sterken.