Het succesvol aanplanten van deze sterke bodembedekker begint met een goede voorbereiding van de gekozen locatie. Hoewel de plant bekendstaat om zijn minimale eisen, zorgt een zorgvuldige start voor een snellere worteling en een dichter resultaat. De beste periode om hiermee aan de slag te gaan is het vroege voorjaar of het vroege najaar. Tijdens deze seizoenen is de bodemtemperatuur ideaal en de verdamping via het blad nog relatief beperkt.
Voordat de planten de grond in gaan, moet de bodem volledig vrijgemaakt worden van hardnekkig wortelonkruid. Omdat de vetplant laag bij de grond blijft, kan hoog onkruid de jonge aanplant in het begin overschaduwen. Het losmaken van de bovenste grondlaag helpt de fijne wortels om snel hun weg te vinden. Je kunt eventueel wat grof zand door de bestaande aarde mengen om de drainage te optimaliseren.
De plantafstand is een belangrijke factor als je snel een gesloten groen tapijt wilt realiseren in de tuin. Gemiddeld genomen worden er zo’n negen tot twaalf planten per vierkante meter geadviseerd voor een mooi resultaat. Als je de planten te ver uit elkaar zet, duurt het simpelweg langer voordat de gaten zijn dichtgegroeid. Een strategische spreiding zorgt vanaf het begin voor een mooie, gelijkmatige bedekking van het oppervlak.
Na het uitzetten van de potjes kun je kleine plantgaten graven die net zo diep zijn als de kluit. Plaats de planten voorzichtig in de gaten en druk de omliggende aarde met de vingers lichtjes aan. Het is belangrijk dat de bovenkant van de kluit gelijkloopt met het niveau van de omringende tuingrond. Te diep planten kan namelijk leiden tot rotting van de onderste stengels dicht bij de basis.
Stappenplan voor het direct in de volle grond planten
Direct na het aanplanten is het geven van een bescheiden hoeveelheid water noodzakelijk om het grondcontact te herstellen. Dit is een van de weinige momenten dat deze droogtebestendige plant echt bewust water nodig heeft van de tuinier. Het vocht zorgt ervoor dat de losse aarde zich goed rondom de fijne worteltjes nestelt. Let er wel op dat je geen modderpoel creëert, want dat doet direct meer kwaad dan goed.
Meer artikelen over dit onderwerp
Gedurende de eerste paar weken na de aanplant moet de vochtigheid van de bodem nauwlettend worden gecontroleerd. Zodra de planten beginnen te groeien en nieuwe scheuten tonen, kun je de watergift direct drastisch verminderen. Vanaf dat moment is de plant in staat om zelfstandig vocht te reguleren met zijn vlezige bladeren. De natuurlijke regenval is vanaf dan meestal ruim voldoende voor een gezonde verdere ontwikkeling.
Als je de bodembedekker op een helling of talud plant, vereist dit een iets aangepaste werkwijze vanwege mogelijke erosie. Het kan handig zijn om tijdelijk kleine terrashouders of biologisch afbreekbare matten te gebruiken om wegglijden te voorkomen. De planten zullen met hun wortels de helling al snel uit zichzelf gaan stabiliseren en vastzetten. Binnen één seizoen is de helling veranderd in een stevige, groene en onderhoudsarme zone.
For het planten in bloembakken, potten of op groendaken gelden in grote lijnen dezelfde regels qua diepte en nazorg. Zorg er hierbij extra goed voor dat overtollig water via gaten in de bodem direct kan weglopen. Gebruik bij voorkeur een speciale, schrale potgrond die is ontwikkeld voor cactussen en vetplanten. Dit voorkomt dat er te veel voedingsstoffen en vocht in de afgesloten container blijven hangen.
Vermeerderen via de methode van stekken en scheuren
Het vermeerderen van deze plantensoort is een van de eenvoudigste en meest dankbare klusjes in de tuin. De meest effectieve methode is het nemen van stengelstekken tijdens de warme zomermaanden of het voorjaar. Je knipt simpelweg een aantal gezonde stengels af en verwijdert de onderste blaadjes van het steeltje. Deze stekjes kunnen direct in de vochtige, zandige aarde worden gestoken waar ze snel wortelen.
Meer artikelen over dit onderwerp
Een andere zeer betrouwbare techniek om snel grotere aantallen te krijgen is het scheuren of delen van bestaande matten. Hiervoor graaf je een volwassen en gezonde plantenmat voorzichtig uit met een kleine handschep. Vervolgens trek of snijd je de kluit in meerdere kleinere stukken die elk over voldoende wortels beschikken. Deze nieuwe delen kunnen direct op hun definitieve bestemming in de tuin worden uitgeplant.
Zelfs losse fragmenten die per ongeluk afbreken tijdens het tuinieren kunnen spontaan wortelschieten op de kale grond. Dit verklaart waarom de plant zich in de natuur zo succesvol kan verspreiden over grote oppervlakken. Je kunt deze eigenschap benutten door afgeknipte stengels simpelweg over een stuk kale grond uit te strooien. Druk ze heel lichtjes aan en de natuur doet de rest van het werk.
Het succespercentage bij deze vormen van vegetatieve vermeerdering is nagenoeg honderd procent mits de grond niet te nat is. Je hebt geen speciale bewortelingspoeders of ingewikkelde kweekkassen nodig om nieuwe exemplaren op te kweken. Dit maakt de plant ideaal voor beginnende tuiniers die op een goedkope manier hun tuin willen vergroenen. Binnen korte tijd beschik je over voldoende materiaal om grote oppervlakken te bedekken.
Opkweken vanuit zaad en de nodige nazorg
Hoewel vegetatief vermeerderen sneller is, kan deze soort ook prima uit zaad worden opgekweekt in het voorjaar. De fijne zaden kunnen binnenshuis in zaaibakjes worden uitgestrooid op een laagje speciale, fijne zaaigrond. Omdat het lichtkiemers zijn, mag je de zaden absoluut niet afdekken met een dikke laag aarde. Licht aandrukken en vochtig houden met een fijne plantenspuit is de juiste methode.
Plaats de zaaibakjes op een lichte en warme plek, bijvoorbeeld op een vensterbank die op het zuiden is gericht. De kieming vindt meestal plaats binnen twee tot drie weken, afhankelijk van de exacte omgevingstemperatuur. Zodra de zaailingen groot genoeg zijn om te hanteren, kun je ze verspenen naar afzonderlijke potjes. Laat ze vervolgens nog even aansterken voordat ze definitief naar buiten in de volle grond verhuizen.
De nazorg van jonge, net vermeerderde planten verschilt enigszins van de verzorging van reeds gevestigde, volwassen exemplaren. Jonge plantjes hebben logischerwijs nog een zeer beperkt wortelstelsel en zijn daardoor iets kwetsbaarder voor extreme uitdroging. Geef ze daarom in de eerste zomer bij aanhoudende droogte af en toe een klein scheutje water. Zodra ze een dichte mat vormt, vervalt deze noodzaak volledig en redden ze zichzelf.
Houd in het eerste jaar na aanplant ook de onkruiddruk rondom de nieuwe plantjes goed in de gaten. Zolang de mat nog niet volledig gesloten is, kan ongewenst onkruid de overhand proberen te krijgen in het bed. Door regelmatig te wieden geef je de vetplant die ruimte die hij nodig heeft om optimaal uit te stoelen. Na het eerste jaar is de mat dicht en is dit intensieve onderhoud verleden tijd.